Vrouwe Armoede – Franciscus van Assisi

Vrouwe Armoede – Franciscus van Assisi

Gelezen: uit de leefregel 1221 van Franciscus en teksten over Franciscus, psalm 148
Toespraak Franck Ploum

1.
Het verhaal van Francesco, rijke jongeman, uit een welgestelde familie van lakenhandelaars, vol ambitie om het hoogste te bereiken, begint op een ziekbed. Gewond geraakt tijdens een stadsoorlog tussen Assisi en Perugia heeft hij een droom: Francesco, wie wil je dienen? De hoogste of de Allerhoogste? Ambitieus als hij is, antwoord hij in zijn droom: de Allerhoogste. Deze droom laat hem niet meer los. En een keer hersteld gaat hij op zoek naar een antwoord.

Biddend in de vervallen kapel van San Damiano, vraagt hij om inzicht en stelt zichzelf de vraag wat het dubbelgebod van de liefde voor hem zou kunnen betekenen: God liefhebben en je naaste die een mens is als jij. Het Byzantijnse kruis spreekt hem aan en hij hoort een stem: “Ga en herstel mijn huis”, en hij begint vervallen kapellen te herstellen.

Maar drie jaar later pas ontdekt hij wat die woorden ‘Herstel mijn huis’ werkelijk betekenden. Op 24 februari 1208 wordt hij in de kerk zo geraakt door de lezing van het evangelie over de uitzending van de leerlingen zonder geld en zonder extra kleren roept hij uit: “Dit is wat ik wil. Dit is wat ik zoek. Dit is wat ik verlang met heel mijn hart”. Blijkbaar was de opdracht van dat kruis niet bedoeld om vervallen kapellen te restaureren als woonplaats voor God. Nee, God in mensen, de minsten vooral, de melaatse die hij altijd uit de weg ging maar nu omhelsde. Gods liefde zichtbaar daar waar mensen gezien, gehoord en geheeld worden, uit hun armoede worden opgetild. Dat inzicht wordt de leidraad voor zijn geroepen leven en zijn broederschap. God is niet feodaal, hoog in de hemel. Wie de allerhoogste wil dienen, moet afdalen, afdalende kracht omwille van mens en aarde.

2.
In de leefregel van Franciscus voor de Derde Orde staat onder andere te lezen dat de broeders zich ‘moeten verzoenen met hun buren en moeten teruggeven wat anderen toebehoort. (…) Zij zullen niet grijpen naar dodelijke wapens, die ook niet met zich meedragen, tegen niemand.’ De aandacht voor deze thema’s kwamen dus voort uit zijn religieuze biografie: neem niets mee, geen reistas, geen stok, geen eten, niets en overal waar je komt, zeg: vrede aan dit huis.
Zijn geweldloze reis ging Franciscus in een tijd, begin dertiende eeuw, waarin om het minste en geringste naar de wapens werd gegrepen. Hij had er zelf aan meegedaan, omdat hij dacht zo zijn roem te kunnen verdienen. Ook woedde er al ruim honderd jaar een uitzichtloze strijd tussen christelijk West-Europa en de islamitische wereld om het bezit van Palestina en de heilige plaatsen in Jeruzalem. We hebben het dan over de kruistochten, die gitzwarte bladzijde in de verhoudingen tussen christendom en islam.
Franciscus was tegen elke vorm van geweld, tegen oorlogsgeweld en dus ook tegen de kruistochten. In de latere biografieën, op pauselijk bevel geschreven, wordt dit angstvallig verzwegen. Want je keren tegen de kruistochten was ketterij. En een heilige als Franciscus wil je niet in de verdomhoek van de ketterij zien. Zoals heel veel, later is verzwegen van wat Franciscus schreef en vertelde.

3.
Maar hoe weten we dan wat Franciscus wel vond en dacht?
Franciscus kende een grote populariteit onder gewone, veelal arme en eenvoudige mensen. Na zijn dood explodeerde zijn populariteit en de roep om zijn heiligverklaring werd door de kerkelijke leiders verstaan als onvermijdelijk. Geen oproer en onrust onder het volk, dat is immers het adagium van elke leider die in het zadel wil blijven. De heiligverklaring van Franciscus gebeurde dan ook al binnen twee jaar na zijn overlijden.

Maar voor een heilige heb je wel een vlekkeloze levenswandel nodig, dat wil zeggen een vlekkeloze levenswandel in de oren en ogen van het kerkelijk gezag. Dat betekent: gehoorzaamheid aan het gezag, eens met alle standpunten van het gezag, en overlopen van vroomheid. Dat alles deed Franciscus niet. Dus kreeg de theoloog Bonaventura in 1260 van de Paus de opdracht de enig ware biografie te schrijven. Een biografie waarin alle menselijke plooien werden gladgestreken, alle standpunten tegen het gezag werden verzwegen of verdraaid, de ontmoeting met de Sultan geen vredesbezoek tegen de kruistochten meer was, maar een bekeringspoging.

Toen de biografie klaar was, overlopend van vroomheid, heiligheid en devotie, werden eerdere biografieën, plus de eigen geschriften van Franciscus, verboden en moesten op last van de paus vernietigd worden. Dat gebeurde dan ook op grote schaal. Maar er waren mindere broeders, die deze opdracht aan hun sandalen lapten en de handgeschreven kopieën van brieven, aantekeningen, leefregels, preken van Franciscus zelf uit hun kloosterbibliotheek haalden en verstopten. En die teksten van Franciscus zelf en eerdere biografieën, waaronder die van Thomas van Celano, werden 600 jaar later herontdekt. Op basis van die herontdekte teksten was het een Anglicaanse bisschop die als eerste een hernieuwde biografie van Franciscus schreef, die door het Vaticaan uiteraard naar het rijk der fabelen werd verwezen. Maar daarmee was in positieve zin het hek wel van de dam en werd de basis gelegd voor de Franciscus zoals hij in zijn eigen werk naar voren komt en zoals wij hem vandaag de dag veelal kennen: de geweldloze kerkhervormer die de weg koos van radicale armoede als tegengif tegen een kerk en wereld in machtsstrijd, in chaos en voortdurende oorlog.

4.
Zo leerden we bijvoorbeeld dat er een oorspronkelijke regel van het Franciscaanse kloosterleven was, uit 1221 (we lazen er uit) voordat de regel die door de kerk werd vastgesteld gehanteerd werd. Die oorspronkelijke regel zegt iets over de omgang met andersdenkenden.
‘Iedere broeder, die op ingeving van God onder de Moslims of andere niet-christenen wil leven, mag gaan met verlof van zijn minister en dienaar. Deze broeder dient geen conflicten, geen woordenstrijd aan te gaan, maar ieder menselijk schepsel onderdanig te zijn omwille van God.’ Hen onderdanig zijn, wil zeggen: je acht je niet superieur aan hen, je bejegent hen met eerbied, en zo ook hun godsdienst. In de pauselijk goedgekeurde regel werd de passage over de omgang met de Moslims volledig geschrapt, immers: de kruistochten waren in volle gang.
Helaas zien we tot op vandaag dat religie een makkelijk voertuig is om mensen achter je standpunten te krijgen. En dus wemelt het van fundamentalistische groepen in alle vormen en soorten. Van religie, van christendom en jodendom tot islam en van boeddhisme tot hindoeïsme. Ook in de oorlog tegen Oekraïne gaan Poetin en de leider van de Russisch Orthodoxe kerk hand in hand. En Trump afficheert zich als de verlosser in Gods naam. Overal wordt religie weer voor het politieke karretje gespannen.

We leerden uit die oorspronkelijke geschriften ook dat vrouwe armoede en de keuze voor radicale armoede, niet zo zeer een doorgeslagen vroomheid was of voortkwam uit een godsverering, maar stoelde op zijn eigen levenservaring dat bezit lijdt tot onvrede en oorlog.
Gekozen armoede is voor Franciscus de weg uit de oorlog en het geweld. Voor Franciscus waren armoede en vrede namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. In zijn eigen leven, en dat van de eerste broeders, was hun gekozen armoede een manier om zich niet te hoeven binden aan bezit dat verdedigd zou moeten worden, desnoods met geweld.

Maar hoe werkt het als de armoede niet gekozen is, maar opgelegd of veroorzaakt door onrecht en ongelijkheid? Ook dan zijn armoede en vrede begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: situaties van armoede veroorzaken dan onvrede, worden broeinesten van opstand en verzet, en in het ergste geval oorlog. Zo zien we om ons heen steeds duidelijker dat waar armoede heerst die veroorzaakt wordt door de rijkdom van anderen, de vrede uit het zicht verdwijnt en de onvrede de macht grijpt. Migratiestromen, burgeroorlogen, onlusten in achterstandswijken, ze vinden hun wortels veelal in ongelijkheid, achterstelling, opgelegde armoede. Franciscus zegt: ‘alles wat je meer bezit dan nodig, heb je gestolen van de armen’.

5.
In de wereld van vandaag, waarin we globaal leven, nieuwsberichten van de andere kant van de wereld in een seconde op ons scherm krijgen, is het niet meer mogelijk om zelf buiten schot te blijven. Steeds scherper gaan we zien hoe ons eigen gedrag, ons eigen leven, ons eigen doen en laten via allerlei zichtbare en onzichtbare draden en webben verbonden is met mensen overal ter wereld. Dus ook met al die mensen voor wie armoede geen keuze is, maar een opgelegde realiteit van onrecht.

Franciscus kende de angsten van de mensen. Voor de onbeheersbare krachten der natuur, voor armoede en voor oorlog. Hij wilde mensen leren die angsten te beheersen. Dat kunnen we lezen in die vertelling over de wolf van Gubbio. Franciscus schreef het Loflied van de schepselen, Laudato Si’, bekend als het Zonnelied, toen hij ernstig ziek was en verbleef in het klooster van San Damiano, onder de zorg van Clara. Het gezag over de beweging die hij in het leven had geroepen, was reeds aan hem onttrokken. De officiële kerk had die beweging ingelijfd, buiten hem om, maar met medewerking van verschillende broeders. Die radicale armoede mocht wel een paar tandjes minder. 

Maar 800 jaar later is hij nog steeds – wellicht – de meest geliefde heilige man van Europa, met zijn nog steeds actuele thema’s over oorlog en vrede, armoede en bezit, en sinds enkele decennia ook als inspiratiebron voor onze strijd in de klimaatcrisis. Het Zonnelied is zijn geestelijke testament voor heel de mensheid. Hij wilde ons, mensen, leren ons te verzoenen met al wat bestaat, en te leven in vrede.

In hem brak Gods licht door, als in Messias Jezus en hij ging in zijn spoor als de minste, de dienaar van allen. Moge dat licht ook doorbreken in ons wanneer wij durven te leven als Francesco, Franciscus, die onvergetelijke, mindere, grootse broeder.

Dat het zo moge zijn