Zomerviering – Vreugde en recht

Zomerviering – Vreugde en recht

Toespraak Franck Ploum
Gelezen: Matteüs 22,37-40 en Jesaja 55,1-13

1.
Er is weinig reden tot vreugde deze dagen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar telkens wanneer ik de NOS-app open of een krant of weekblad opensla dan kan ik daarna zelden opgelucht ademhalen. Integendeel, de gedachte overvalt me zo nu en dan dat het beter voor mijn gemoedsrust is om er maar mee te stoppen. En het lijkt ook wel of dat allerlei groepen en mensen nu hun kans willen grijpen. Nu de ogen niet op hun gericht zijn, kunnen mensen op allerlei plekken in de wereld hun gang gaan, de wereld is immers bezig met Oekraïne en met Trump. En je zou willen dat de wereld ook bezig zou zijn met Gaza. Maar daar is precies het tegenovergestelde gaande: De staat Israël gaat haar gang terwijl de hele wereld ernaar kijkt en niets doet, durft te doen, vasthoud aan in dit geval misplaatst schuldgevoel.
Weinig reden tot vreugde deze dagen. Het is chaos, wanhoop, vertwijfeling wat de klok slaat, en hoop en toekomstperspectief is ver te zoeken.

2.
We lazen uit Jesaja. Om precies te zijn uit het deel van dit samengestelde boek dat we de Tweede Jesaja noemen. We schrijven dan de 6e eeuw voor onze gangbare jaartelling. Er heeft een belangrijke verschuiving plaatsgevonden in het politieke landschap. Babel is ten val gebracht door een nieuwe wereldmacht: Perzië. De koning van dit nieuwe rijk – Cyrus – is een slimme en sluwe man, die geleerd heeft van de geschiedenis. Totale controle uitoefenen over een groot gebied is onmogelijk, de hang naar controle heeft zelfs Babel ten val gebracht. Uit strategische overwegingen, dus niet uit humane of medemenselijke, nee uit strategische overwegingen kiest hij voor relatieve autonomie en godsdienstvrijheid voor allerlei kleine volken en minderheden die nu onder zijn ‘bezit’ zijn ‘landgenoten’ vallen. Alle ballingen mogen dus huiswaarts keren, terug naar waar ze vandaan kwamen.

Nu zou je zeggen dat dat reden is tot grote vreugde. Maar niets is minder waar. Het brengt het volk van Juda in een impasse. Teruggekeerde ballingen en blijvers moeten pogingen doen om met elkaar een nieuwe samenleving op te bouwen, te midden van de puinhopen van Jeruzalem en het verwoeste hart: de tempel.

3.
Er ontstaat een vreemde, maar herkenbare situatie: aan de ene kant zijn er heel veel ballingen die – na vele decennia aan de stromen van Babel te hebben geleefd, helemaal niet terug willen en aan de andere kant zitten de achterblijvers in Juda helemaal niet te wachten op al die ballingen die terugkomen naar Jeruzalem – dat overigens nog steeds een grote puinhoop is. Er ontstaat dus tweespalt tussen de ballingen: een groep die terug wil en een groep die wil blijven. En er ontstaat spanning in Juda: wat moeten we met die mensen die straks terugkeren, wij hebben hier ons eigen leven opgebouwd en nu komt er een hele groep terug met herinneringen van hoe het ooit was, maar nu helemaal niet meer is.

Een vreemde, maar herkenbare situatie. Vreemd, omdat je zou denken: eindelijk vrij, we worden herenigd en we kunnen Jeruzalem en de tempel samen weer gaan opbouwen. Herkenbaar omdat wij zelf heel goed kunnen aanvoelen hoe ingewikkeld het is om al deze groepen tot een eenheid te smeden. Het is de verscheurdheid die migranten maar al te goed kennen, het zijn de gesprekken tussen verschillende generaties vluchtelingen waarvan de oudsten ooit hals over kop vertrokken uit hun land en hier onderdak vonden maar nog steeds met het verlangen terug te keren en hun kinderen die hier zijn opgegroeid en zich niets meer van daar herinneren, of zelfs hun kleinkinderen die hier geboren zijn en geen idee hebben waar opa het over heeft. En daar komt bij: bestaat het land van herkomst dat opa in zijn hoofd heeft nog wel? Waarschijnlijk niet, het is een land in herinnering.

4.
Te midden van alle twijfels en verlangens, hoop en vertwijfeling spreekt Jesaja vreugdevolle woorden. Stoutmoedige woorden die bij eerste lezing niets te maken lijken te hebben met de ellende waarin mensen moeten leven en moeten zien te overleven met elkaar. Waarom doet hij dat? Hij lijkt te zeggen: wanneer jullie, ballingen, vast blijven houden aan de herinnering dan is een nieuw begin onmogelijk. En wanneer jullie, achterblijvers, willen vasthouden aan het leventje dat je opgebouwd hebt en daarin geen ruimte hebt voor anderen, dan wordt het een puinhoop, dan wordt het nieuwe ellende. Dus: keer terug naar de basis, keer terug naar de Ene, leer opnieuw met elkaar de woorden van de Thora.

Wat Jesaja vol vreugde verkondigd in de tekst die we hoorden is de wijsheid van de Ene, die lijnrecht tegenover de wijsheid van de wereld staat. In de wereld heb je geld nodig om brood te kopen en water te drinken: maar om niet zijn de voedende woorden van de Thora. Niet voor niets zegt de joodse traditie: de Thora leren is als brood eten, je wordt gevoed.

Maar je wordt niet gevoed met wat gangbaar is in de wereld. Niet met de economische modellen van geld en goed, van hebben en vermeerderen. De Thora giet je de concurrentiestrijd tussen jou en de ander niet met de paplepel in. De vreugde van die woorden zit niet in het goede voor jezelf, maar in het goede voor elkaar. De nieuwkomer is geen concurrent, maar een mens als ik. Wanneer ik deel, krijg ik geen honger, maar word ik verzadigd. De vreugde van God wordt gevoed in het recht dat mensen doen. Eerste en tweede gebod, aan elkaar gelijk. Dat is de basis, daaraan hangt heel de Thora van Mozes, en dat is heel het woord van de profeten, zegt Jezus.

5.
De woorden van Jesaja zijn dus een krachtig tegen-geluid. Een broodnodig tegengeluid, om te voorkomen dat het volk opnieuw in de oude valkuilen terechtkomt. Maar het is niet alleen een tegengeluid voor toen. Wanneer wij ons aan die oude woorden willen laven, wanneer wij aan vreugde en recht willen vasthouden, dan mag je dat zeker ook in onze tijd een gedachte noemen die hoort bij een tegenbeweging.

Onze tijd wordt immers gekenmerkt door een overvolle apenrots waarop masculiene mannen, haantjes de voorste, en erger nog: op macht en eigen belang gerichte heersers, elkaar de loef afsteken en zelfs naar het leven staan. Helaas blijft de schade van de krachtmetingen tussen de Trumps, de Poetins, de Netanyahu’s en vele anderen niet beperkt tot henzelf. Het zijn complete slagvelden die worden aangericht, tot aan genocide toe, om nog maar te zwijgen van de enorme milieuramp die de bommen en granaten ter plekke veroorzaken. We worden massaal in de oude valkuilen gelokt

Vasthouden aan woorden die dwars ingaan tegen de gangbare economische en wereldlijke orde, is een gewaagd standpunt. Het is bijna net zo gewaagd als de evangelisten die schrijven dat niet de keizer van Rome de Zoon van God is, maar dat die geweldloze, op zijn ezel zittende Jezus, de Zoon van God is. Het is net zo gewaagd als al die bijbelse verhalen die tegen alle wetmatigheden, maatschappelijke orde en omgangsvormen in, vrouwen centraal stellen en tot scharnierpunt maken van een nieuw begin, een nieuwe wereldorde. Een orde van gerechtigheid in Gods ogen.

En toch is het noodzakelijk. Ook om onze onmacht tegenover alles wat er gebeurt te kunnen overwinnen. Want vaak is dat het enige wat je kunt doen: je stem verheffen. Zorgen dat er een tegengeluid klinkt, een tegenbeweging op gang komt. Omdat je een krachtig ‘nee’ wilt laten horen tegenover hoe het in de wereld steeds maar weer gaat. Omdat je je niet neer wilt leggen bij de schijnbaar onontkoombare feiten van het recht van de sterkste, steeds maar weer de armste die het onderspit delft en een wereldorde die mens en aarde richting de afgrond dirigeren.

6.
Vreugde en recht als onlosmakelijk aan elkaar verbonden is wat het bijbels verhaal ons voorhoudt als een weg aan de afgrond en valkuilen voorbij. Vreugde om bevrijdende en richtinggevende woorden die ons gegeven zijn en recht dat gedaan wordt wanneer wij in ons wereldwijde samenleven met elkaar deze woorden aan elkaar laten geschieden, waarheid laten worden in onze liefde voor de vreemde en bekende naaste.
Dat we daarin mogen slagen. Steeds beter. Dan zal de vreugde groot zijn en het recht van die nieuwe wereld, van dat koninkrijk, zegevieren over alle chaos en dood die ons omringt.

Zeg amen. Dat het zo moge zijn.