Barmhartigheid

Barmhartigheid

Toespraak Franck Ploum
gelezen: Lukas 10,25-37

1.
Eén van de speerpunten in Jezus’ verkondiging is het dubbelgebod van de liefde. Hij wilde in een tijd dat er sterke nadruk lag op het naleven van de rituelen, de geboden en de offercultus, meer nadruk leggen op de rechtvaardigheid die onder de woorden schuilgaat en niet op de letterlijke naleving ervan. Hij zocht naar de geest, niet de vraag wat staat er, maar waarom staat het opgeschreven achtte hij leidend.

Jezus was zeker niet de enige die op deze manier de Thora interpreteerde, het was een beweging die al enige tijd binnen het Jodendom gaande was. Belangrijk is om te zien dat ook de Jezusbeweging deel uitmaakt van een belangrijke en veel bredere stroming binnen het Jodendom die vanaf de tweede eeuw voor onze jaartelling tot ontwikkeling is gekomen. Binnen deze stroming, de zogenoemde ‘humane gevoeligheid’, kwam er meer nadruk te liggen op de geest van de Thora, de ethische implicaties van de Thora en de vertaling van alle richtlijnen naar de context waarin je leeft. Richtinggevend werden het eerste en tweede gebod: God liefhebben en je naaste, die een mens is als jij. Uitgangspunt van denken en doen wordt de gulden regel: wat jij wilt dat aan jou wordt gedaan, doe dat ook aan een ander.

2.
Een Thorageleerde en Jezus raken in gesprek over de twee voornaamste geboden: God liefhebben en je naaste die is als jij. De man vraagt hem: wie is mijn naaste? Om een antwoord te geven op die vraag vertelt Jezus het verhaal van een mens die onderweg tussen Jeruzalem en Jericho in handen viel van rovers en halfdood achterbleef aan de kant van de weg. Jezus vraagt vervolgens: Wie is naaste geworden van het slachtoffer? De man antwoord: Die barmhartigheid aan hem deed. Jezus zegt: ga en doe jij evenzo. 

Wie is mijn naaste?, vraagt iemand. Wie is naaste van het slachtoffer?, geeft Jezus terug. Een wisseling van perspectief. In de Schrift is altijd het slachtoffer uitgangspunt van denken. De underdog, de weduwe en de vluchteling bepalen de richting. Niet het ik, maar het gij. De ander in zijn of haar kwetsbare positie is mijn referentiekader wanneer het gaat om het goede doen, rechtvaardig zijn, vrede brengen.

De Joods-Franse filosoof Emmanuel Levinas, ontwikkelde vanuit zijn kennis van de Thora en de Talmoed een filosofie met als centraal thema: het gelaat van de weerloze ander. Een filosofie die radicaal ingaat en ook een protest is tegen het Westerse denken sinds de 17e eeuw, dat het autonome ik als vertrekpunt neemt en weinig tot geen ruimte biedt voor de mens naast mij. In het gangbare westers denken is het ik het centrum. De medemens is in veel gevallen een belemmering voor de persoonlijke ontplooiing. Voor Levinas is de Ander een weerloos schepsel dat een appèl doet op mijn verantwoordelijkheid: heb mij lief, doe mij recht, wees mijn naaste, laat mij leven. Ook al ben ik niet schuldig aan het lijden van de weerloze ander, toch ben ik verantwoordelijk.

Deze fundamenteel andere manier van kijken is nodig omdat het denken vanuit het ik steeds weer zal leiden tot oorlog, geweld, massamoord, Holocaust, genocide. Het ik voelt zich immers maar al te snel bedreigd, bijvoorbeeld door de vreemdeling. Het ik kent angst voor het onbekende dat onzeker maakt en dus op afstand gehouden moet worden. Het ik laat zich voeden door makkelijke kreten als islamisering en massa-immigratie. Het ik is bang om tekort te komen en trekt ten strijde tegen alles wat de eigen vrijheid in gevaar brengt en stelt daarbij vooral de vraag: wie is mijn naaste? Ben ik soms mijn zusters en broeders hoeder?

3.
Voor Jezus is het plichtmatig onderhouden van de wet niet voldoende, je moet je laten raken door de Geest van diezelfde wet. De geest die je in beweging brengt en aanzet tot goede werken en die je op weg zet en als vanzelf bij de mens naast je brengt. De mens die een beroep op je doet, je aankijkt en zegt: geef mij brood, schenk mij te drinken. In zulke ontmoetingen komt het erop aan: ben ik een mens die de wetten volgt, of laat ik me raken? Word ik geraakt en vervuld van mededogen, toon ik  compassie of barmhartigheid?

Barmhartigheid kan op twee manieren werken. Vanuit een innerlijke bewogenheid kun je niet anders dan compassie tonen en je kijkt om je heen en speurt naar wat gedaan moet aan hen die te lijden hebben aan het leven, onmenselijke situaties, onderdrukking, misbruik of geweld. Maar het kan ook zo zijn dat de ander, die je ontmoet jou wakker schudt. Dat dus pas in de ontmoeting de innerlijke aanraking tot stand komt en je niet anders kunt dan barmhartig zijn. De theoloog Edward Schillebeeckx noemde dit de zgn. contrastervaring: je ziet iets en denkt en zegt en weet ‘dit kan niet – dit moet anders’ en je gaat het anders doen.

Deze tweede omkering zien we in het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Het is sowieso de meest voorkomende vorm van barmhartigheid: je ziet de ellende en je gaat handelen. Je hoort iemand levensverhaal, bijvoorbeeld van een vluchteling of asielzoekers en het gaat je voorstellingsvermogen te boven. Je ‘moet’ iets doen. Een barmhartige beweging vanuit ontmoeting

 ‘Alle asielzoekers naar huis terug’, kun je makkelijk roepen van afstand. Maar wanneer de mens een gezicht, een naam, een stem heeft dan wordt het een ander verhaal. Niet voor niets was het afgelopen 20 jaar bewuste politieke strategie in ons land om vluchtelingen en asielzoekers onzichtbaar te maken, weg te stoppen in grote centra achteraf. Of zoals Rita Verdonk ooit zei: ‘we moeten ervoor zorgen dat echte Nederlanders niet aan ze gehecht raken, want beginnen de problemen met het wegsturen uit ons land.’ Niet voor niets is het ICE-leger in de VS gemaskerd. Dan kunnen en mogen ze doen met de ander wat ze willen, er is geen contact, de ander wordt geen mens die je aankijkt, maar een object dat verwijderd moet worden. En dan is geen enkele baby en geen enkele vijfjarige meer veilig.

Ook de Samaritaan uit het verhaal heeft alle redenen om zich nergens iets van aan te trekken. Er zijn al twee mensen voorbijgegaan die niets hebben gedaan. En bovendien worden hij en zijn bevolkingsgroep uitgekotst door mensen als het slachtoffer. Er was een diepe vijandschap tussen Judeeërs en Samaritanen. Uit onderzoek blijkt dat het zo werkt, dat hoe meer mensen een slachtoffer zien, hoe langer het duurt voordat er hulp komt. Of mensen denken: een ander komt wel in actie, of ze denken: als de ander niets doet, dan hoef ik ook niets te doen. In de sociologie noemt men dit het ‘Kitty Genovese-effect’ – naar een gebeurtenis in een flatgebouw in NY in 1964 waarin een jonge vrouw op straat voor haar appartement wordt neergestoken en schreeuwend en bloedend haar huis probeert te bereiken. 38 buren haar horen schreeuwen maar pas na een half uur belt iemand de hulpdiensten. Ze overlijdt op weg naar het ziekenhuis.\

4.
Barmhartigheid, zich erbarmen, je ontfermen over, is een oeroud begrip en een centraal thema in het Groot Verhaal van de bijbel. De oproep om barmhartig te zijn jegens elkaar, je medemens, de minste het meest, wordt zelfs rechtstreeks verbonden aan de naam van God Ik zal er zijn. Welke God? God die is: ‘erbarmend en genadig’. Wees barmhartig voor elkaar, zoals God barmhartig is voor mensen. Dat zijn woorden die rechtstreeks ingaan tegen afhankelijk makende godsbeelden, maar ook een protest jegens het recht van de sterkste en een wereld waarin mensen elkaar tot concurrent maken. Het is ook een protest tegen allerlei rechts-extreme groepen en regeringen die de christelijke traditie claimen te beschermen, zonder zich ook maar iets aan te trekken van het dubbelgebod van de liefde.

De Amerikaanse politicus James Talarico die vanuit zijn geloof in christelijke waarden een ander geluid wil laten horen in Texas zei vorige week in een interview in Trouw: ‘Democratie vereist naastenliefde, vooral voor degenen met wie we van mening verschillen. Ik ben het zat om tegen mijn naaste te worden uitgespeeld, om te horen dat ik mijn naaste moet haten’. Het is een verademing dit type tegengeluid nog te horen in deze dagen, waarin christelijke waarden steeds vaker ‘gekaapt’ worden door groeperingen die niet zo veel op hebben met naastenliefde, democratie en solidariteit. Dat zien we niet alleen in de Verenigde Staten, maar dat zien we ook in ons eigen land gebeuren.

5.
We leven in een onbarmhartige wereld. Daarmee is meteen gezegd dat deze wereld, zoals die nu functioneert, zich niet ontwikkelt in de richting van een rechtvaardige wereld. Het eigenbelang, de macht, het geld, de oorlogsmachine, de angst regeren. En waar we dat in het verleden kenden van landen op het zuidelijk halfrond en ten oosten van ons, zien we het nu te midden van ons. In de Verenigde Staten regeert de leugen en de angst. Niet alleen onder illegalen en migranten, maar ook onder allen die hen nabij willen zijn, die hen barmhartigheid willen tonen. Steeds meer mensen durven niet meer te spreken, mensen zijn bang zich uit te spreken, uit angst voor represailles. En juist dat speelt onbarmhartige regimes in de kaart.

We moeten als het ware loskomen van dat ‘Kitty Genovese-effect’. Ons niet laten beïnvloeden door het feit dat anderen niet opstaan, niet in beweging komen, hun stem niet meer verheffen. En vervolgens wèl aan het licht brengen wat niemand meer wil zien: de mens die lang de weg ligt, uitgeput of geslagen, misbruikt of weggehoond, mishandeld of verhandeld, nutteloos verklaard of moegestreden. En dan niet wegkijken maar vanuit ontmoeting barmhartigheid tonen.

Dat vraagt een perspectiefwissel. Het vraagt dat wij in de eerste plaats niet de vraag stellen wie onze naaste is. Het stelt aan ons de vraag of wij naaste willen zijn van de mensen aan kant. Het vraagt ook om open ogen en oren voor wie en waar mensen aan de kant liggen in onze eigen omgeving. Want daar begint het. Barmhartigheid begint niet bij het redden van de wereld, maar bij die ene mens die mij aankijkt, in de straat, in de buurt, in de familie, in de wijk en die vraagt: heb mij lief, doe mij recht, wees mijn naaste, zie dat ik gevangen zit en aan jou vraag je leven met mij te delen. En dat jij, dat wij, daarop antwoorden met erbarmen, barmhartigheid, met compassie.

Positiebepaling wordt gevraagd, ook in onze tijd. De bijbel met haar barmhartigheid en gerechtigheid zet ons aan het werk. Om te beginnen met de ‘gulden regel’, dat zinnetje ‘Alles wat jij wilt dat de mensen doen voor jou, zo doe jij ook voor hen.’ Het klinkt eenvoudig, toch lukt het ons vaak niet. Anders zag de wereld er anders uit dan de chaos waarin wij nu leven. De gulden regel is onze levenslange leerweg.

Dat we daarin mogen slagen. Dat het zo moge zijn.