Serie: ‘Vrede is zijn eigen beloning’
Toespraak: Franck Ploum
Gelezen: Jesaja 60,21 (drempel) en Matteüs 10,34-39
1.
Een boodschap van vrede? Nee het zwaard ben ik komen brengen. Om mensen tegen elkaar op te zetten ben ik gekomen. Een pittige lezing die wellicht haaks staat op hoe wij de verhalen over Jezus lezen en willen horen. Haaks ook op hoe wij de boodschap van een nieuwe wereld in ons eigen leven voor het voetlicht willen brengen.
Tegelijk weten we zelf ook dat elke radicale keuze, dus ook een radicale keuze voor een andere wereld dan de wereld waarin wij leven, niet persé op applaus kan rekenen. Het vraagt immers verandering en verandering roept weerstand op, verzet en zelfs geweld. Veel mensen willen geen verandering, houden het graag bij het bekende. Kiezen liever een weg waarbij ze weten waar ze aan toe zijn dan het risico te verdwalen of vast te lopen in onzekerheid, onrust en wellicht gevaar. Verandering roept weerstand op. Ook omdat er mensen zijn die baat hebben bij het bestaande. Die belang hebben bij de wijze waarop de dingen gaan en georganiseerd zijn. Een ongekend aantal mensen is als lobbyist voor de fossiele industrie naar Brazilië gestuurd om op sprekers en beleidsmakers van de klimaattop in te praten en ze te beïnvloeden en te bewegen om niet al te radicale keuzes te maken tegen de olie- en gasindustrie. En niet zelden wordt landen daarbij een worst voorgehouden van investeringen in hun land, goedkopere tarieven, voordeeltjes ten gunste van het bestaande en de bestaande machtsverhoudingen.
2.
Dag Hammarskjöld, de eerste secretaris- generaal van de Verenigde Naties, wilde na de Tweede Wereldoorlog en tijdens de dekolonisatie van het continent Afrika een bijdrage leveren aan de toekomst van de Afrikaanse landen. Hij trad op als bemiddelaar in een bloedige burgeroorlog in Congo. Terwijl hij werkte aan vrede, werden de strijden partijen massaal gevoed met wapens door de Amerikanen aan de ene en Russen aan de andere kant. Zij hadden belang bij de oorlog. Zij wilden toegang tot de enorme hoeveelheden uranium in Congo, om zo hun atoomindustrie voort te kunnen zetten. Bedreigende vredeskracht. Hammarskjöld moest zijn inzet bekopen met een mysterieuze dood, die tot op vandaag niet is opgehelderd. Na zijn dood vond men in zijn jasje een briefje met daarop een tekst uit het boek Ich und Du van Martin Buber.
´Liefde is verantwoording van een Ik voor een Jij.
Hierin bestaat ..de gelijkheid van allen die liefhebben…
voor de levenslang aan het kruis der wereld geslagene
die het ongehoorde vermag en waagt:
de mensen lief te hebben.´
Liefhebben, kwetsbaarheid blijkt altijd weer een enorme trigger voor geweld. Jezelf in alle kwetsbaarheid tonen kan bij de ander zo’n onmacht oproepen, omdat je hem/haar alle wapens uit handen slaat, dat het juist tot geweld zal leiden. Vredeskracht is dus ook bedreigend, juist voor hen voor wie het eigen leventje, de eigen positie, macht of luxe, in gevaar komt door jouw vredesdrang.
3.
En in de tekst van Buber hebben we ook het kruis weer. Net als in de tekst die het evangelie van Matteüs. Je kruis opnemen, je kruis dragen. In menig theologie werd het ingezet om mensen ertoe aan te zetten hun lijden lijdzaam te dragen. En als het moeilijk wordt draag het maar op aan het kruis, of kijk naar Jezus en zijn lijden. Een gedachte waarmee menig christen is groot geworden en die in bepaalde, zeker niet kleine maar juist grote kringen van christendom nog steeds gevoed wordt. En dit terwijl deze gedachten zowel zeer onjoodse als onchristelijke is. Sterker nog in de Thora staat geschreven dat wie gekruisigd wordt, door God vervloekt zal worden (Deut. 21,23). Kruisiging ging immers gepaard met afstraffing, vernedering en met naaktheid en vooral dat laatste was in de oudheid een gruwel, zelfs in Gods’ ogen. Dus het is helemaal niet aan te bevelen om de weg van het kruis te zoeken, of deze weg ook maar enigszins te verheerlijken.
Het kruis is dan ook vooral een metafoor van de dood zelf en niet zo zeer van een wijze waarop je dood gaat. En zeker niet het nastreven van eenzelfde vernederende dood als Jezus heeft ondergaan. Het mag gelezen worden als een opdracht om tot het uiterste te gaan in je idealen van vrede en rechtvaardigheid, in de taak die je als messiaanse mens van die nieuwe wereldorde te vervullen hebt.
Een opdracht die uiteindelijk tot een nieuwe mensengemeenschap moet leiden in een land van melk en honing, beërft land van godswege, een nieuwe wereld waar brood en recht en waardigheid is, zoals we steeds weer zingen voor het breken en delen. En daarmee hebben we meteen ook een hele grote bedreigende vredeskracht te pakken: het probleem van een leven in vrede en rechtvaardigheid in een beloofd land. Want wat als dat beloofde land al bewoond is door anderen?
4.
In zijn droom van de staat Israël volgt Netanyahu de profeten en hun ‘voorspellingen‘. In het bijzonder ligt Jesaja 60 hem na aan het hart. Daarin ziet hij zijn opdracht om de staat Israël definitief te moeten vestigen, zelfs ten koste van een genocide op de Palestijnse bevolking. Tijdens en na de Babylonische ballingschap ontstaan er allerlei teksten en gedachten over de terugkeer naar Jeruzalem. Een gedachte die tot vandaag nog terug te horen is bij de afsluiting van de Seder-avond. Die avond wordt steevast afgesloten met: ‘volgend jaar in Jeruzalem’.
Op 14 mei 1948 werd door David Ben Goerion de staat Israël uitgeroepen. Vestiging in Israël was voor velen zoveel als een thuiskomst – in een land dat in zogeheten ‘bijbelse tijden’ door hun zeer verre voorouders werd bewoond en waarop zij meenden recht te hebben. Eeuwenland was ‘volgend jaar in Jeruzalem’ gelezen als metafoor, als beeld van een toekomst van melk en honing op de plek waar je als Jood leefde. Maar tegen het einde van de negentiende eeuw kwam het zionisme op, het streven naar een ‘nationaal thuis’ voor alle Joden in Palestina. Vooral in de VS was dit een sterke en radicale stroming met veel invloed. Het werd gezien als een antwoord op het almaar meer om zich heen grijpende antisemitisme in Europa. En ineens werd ‘volgend jaar in Jeruzalem’ van metafoor tot een werkelijk streven. Dat wil zeggen, binnen bepaalde groepen, lang niet bij iedereen en bij iedere stroming. Maar na de Tweede Wereldoorlog kreeg deze beweging wel de wind in de zeilen. Vele overlevenden van de shoa wensten een nieuw bestaan op te bouwen in Palestina – toen Brits mandaatgebied. En de Britten die het gebied als hun eigendom zagen bepaalden dat de Palestijnen dan maar weg moesten, naar wat we nu Gazastrook en Westelijke Jordanoever noemen. De staat Israël is ruim vijfenzeventig jaar geleden in het leven geroepen onder de paraplu van een ideologie die de bijbel laat buikspreken enkel ten gunste van de staat Israël en het Joodse volk, en ten koste van de mensen die het zogeheten ‘heilige land’ al sinds eeuwen bewonen.
Hoe kunnen we beloofd land verstaan? Kunnen we dit in onze tijd nog verstaan, zonder slachtoffers te maken? Het is te hopen dat de beweging, ook binnen een hele grote groep joden en Joodse kringen, die zich verzetten tegen een letterlijk verstaan van de term ‘beloofd land’ in staat blijkt de huidige macht van het racistische zionistisch en zelfs genocidale regime van de huidige Staat Israël te breken. Zoals het bijbels Egypte symbool is voor elk onvrijheidsland, elke staatsvorm die onderdrukt en tot slaaf maakt. Symbool ook voor onze eigen benauwenis en angstlanden waar we uit weg moeten trekken om in vrijheid te kunnen leven. Zo is Beloofd Land een metafoor voor elk land waar mensen tot hun recht komen, solidariteit en vrede de fundamenten zijn en de scheidslijnen tussen mensen, vriend en vreemde zijn weggevallen.
Misschien is ‘ons kruis opnemen en ons leven verliezen om het te vinden’ voor onze tijd wel dat we tot nieuw inzicht komen, een ‘ommekeer’ doormaken in ons denken, ons aanvoelen, en een reorganisatie van ons door de bijbel gevormde geheugen. We kunnen die oude teksten niet zomaar overplanten naar hier en nu. We kunnen de bijbel – zoals Alex van Heusden zegt – niet lezen als een akte van vastgoed, bestemd voor één, enkel volk. We moeten onszelf dus blijven oefenen in het anders leren verstaan en anders lezen en uitleggen van de bijbel. Met een bibliotheek uit de oudheid, de antieke tijd, kun je geen claims leggen op wat dan ook in onze tijd. Zo kun je vandaag ook geen claim leggen op een geografisch stuk land, dat sinds 4000 jaar bewoond wordt door Palestijnen, als ware het jouw beloofde land. De Staat Israël is fundamenteel iets anders dan het bijbelse volk Israël.
5.
Meent niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen nee: het zwaard. (Mt. 10,34) Met die gedachte sluiten we de serie vieringen in de serie ‘Vrede is zijn eigen beloning’ af. Dat lijkt niet bemoedigend en dat is het ook niet als wij hier weer historisch en letterlijk gaan lezen. Maar het is een uitnodiging om niet steeds weer te kiezen voor de lieve vrede, onze monden te houden omwille van de ‘lieve vrede’. Ons protest tegen fascistische politiek, tendensen van vreemdelingenhaat jegens moslims en ook opkomend antisemitisme in eigen land in te slikken om ‘de vrede in de familie’ te bewaren. Wij moeten symbolisch het zwaard en het kruis opnemen om ons te verweren tegen alles wat ons afhoudt van onze opdracht om met de hele wereldwijde gemeenschap rechtvaardig te leven en een land te beërven waar vrede is voor ieder mens. Deze wereld, deze aarde, als beloofd land.
Dat het zo moge zijn.
