Belofte waarmaken

Belofte waarmaken

Toespraak Franck Ploum
gelezen: Matteüs 2,1-14


1.
En zo werd het toch nog een witte kerst. Het ultieme decor van de sprookjeskerst heeft even op zich laten wachten, maar nu is het er. En feitelijk ook op het juiste moment, want oorspronkelijk was begin januari voor alle christenen het kerstfeest: de openbaring van Jezus aan heel de wereld. En daar hoorden dan ook het verhaal van zijn doop bij en de bruiloft te Kana. De oosterse christenen hebben die traditie in ere gehouden tot op vandaag. In het Westers christendom moest er opgebokst worden tegen het midwinterfeest dat vooral in Rome grootser dan groots gevierd werd. En daarom werd als tegengeluid, in het jaar 350 pas, halverwege de vierde eeuw dus, in Rome een aparte viering geplaatst op 25 december: de geboorte van Jezus in Bethlehem, het ware licht dat terugkeert. Dat geboortefeest van 25 december won het niet alleen van het midwinterfeest, maar ook van het rijke feestdrieluik van de komst van de Messias, de Openbaring.

Toch goed dat we het hier in ere houden, want we zouden bijna vergeten dat we zijn geboorte slechts herdenken, omwille van het feit dat die Jezus van Nazareth zich aan mensen geopenbaard heeft als een messiaanse gestalte, als een aankondiger van messiaanse toekomst: einde recht van de sterken, solidariteit met de armen, humaniteit boven eigen belang en God die alles in allen zal zijn. Dat messiaanse geluid was in vele opzichten een tegengeluid. Niet alleen toen, maar ook vandaag.

2.
Een koninkrijk van vrede voor allen. Een koning die dienstknecht is. Voortkomend uit de kleinste der leiders, Bethlehem. (cit. Mi. 5,1). Maar hoe klein en nietszeggend ook, voldoende tegengeluid om de machtigen en de tirannen onrustig te maken. Want niets is gevaarlijker voor een tiran dan opstand van onderop. Niets is vernietigender voor de onderdrukker dan dat gewone mensen hun angst voor het gezag verliezen en opstaan en weerwoord gaan geven. Dat zien we gebeuren in Iran, waar het regime hard ingrijpt om de geest van het tegengeluid weer in de fles te krijgen. Trump heeft al zijn hulp aan de demonstranten toegezegd, maar daarmee dreigt het tegengeluid geannexeerd te worden door een ander onderdrukkend systeem: dat van het kapitaal, de oliemagnaten (ook de werkelijke reden om Venezuela binnen te vallen), machtslust van een gevaarlijke narcist en zijn miljardairsvriendjes. Alsof je daar als Iraniër dan wel voor zou moeten knielen uit dankbaarheid, omdat je niet langer zou hoeven knielen voor religieus onderdrukkend geweld.

Want dat is een centraal thema in het verhaal van Matteüs, de vraag voor wie je door de knieën gaan. Dat wil zeggen ‘aan wie je macht toekent’, en in de oudheid betekende dat ook: aan wie je belasting betaalt. De magiërs gaan niet door de knieën voor Herodus, dat is duidelijk, zij kiezen voor een andere koning: de pasgeboren koning van de Joden. Dat is een directe ondermijning van het heersende gezag en daarom wordt iedereen onrustig.

Wie achten wij de moeite waard om ons, in de taal van de magiërs, voor neer te werpen?

Voor wie of voor wat zijn wij bereid om door de knieën te gaan? Politiek, economisch, sociaal? We leven in een wereld waarin solidariteit lijkt te verdampen, soevereiniteit van landen nietszeggend is geworden, kijkend naar Oekraïne en Venezuela. We leven in een tijd waarin we focussen op de verschillen. Een tijd waarin muren worden opgetrokken en de natiestaat terrein wint. En vooral ook de verschillen tussen ‘wij hier in Europa’ en zij die aankloppen aan onze grenzen. Solidariteit heeft het moeilijk in onze tijd en het scheelt niet veel of bed-bad-brood moeten ondergronds. Zelfs zoiets als een kerst -en nieuwjaar-bestand is ten ondergegaan. Kiev vloog de rakketten om de oren, Gaza werd afgesloten van de elke vorm van hulpverlening en hulpverleners hier werden bestookt met molotovcocktails. En ja, ook rampen als in Zwitserland vieren geen kerst en nieuwjaar. Buigen we voor die realiteit, of kiezen we een ander pad? Leggen we ons neer bij de schijnbaar onontkoombare feiten, of zoeken we tochtgenoten die met ons weigeren dit als enig mogelijke route te zien? Is dit de wereld waarvoor we buigen? Zijn dat de machten voor wie we willen knielen? Of blijven we staan, met oog op een ander koningschap, een tegengeluid?

Als het gaat om het koningschap dat een tegengeluid is, dan is dat het koningschap van de dienstbaarheid, van de solidariteit.

3.
De Magiërs gaan de confrontatie aan met Herodus en heel het onderdrukkende systeem dat hij representeert. Een systeem dat geen tegenspraak duldt en zeker geen gedeelde macht met een nieuwe koning. Maar de magiërs blijven staande in de confrontatie: “Toen zij de koning hadden gehoord, gingen zij verder.” Dat is toch een briljant zinnetje. Je hoort de desinteresse er in doorklinken. Klets maar raak, wij gaan onze eigen gang. We hebben je gehoord, maar we trekken ons er helemaal niets van aan.

Doet me denken aan het historische interview met Gerard Reve in de Vondelkerk in Amsterdam. De kerk die oudjaarsavond ten prooi is gevallen aan de laatste vuurwerkgekte. (Waarschijnlijk in elk geval). Grote schande sprak de VVD-leider op de sociale media. Ik zou zeggen: krokodillentranen! Alleen de VDD en de extreme partijen rechts van hen, stemden vorig jaar voor een uitstel van het vuurwerkverbond tot na 2026.

Maar goed Gerard Reve. Hij werd op latere leeftijd katholiek en toen hij in 1969 de P.C. Hooftprijs kreeg, mocht hij zelf de locatie kiezen van de uitreikingen. En hij zei: ‘kies een locatie uit die theater, schouwburg en circus in een is en tegelijk het eeuwige vertegenwoordigd, een katholieke kerk dus.’. In een afgeladen Vondelkerk werd hij geïnterviewd. En de onvermijdelijke vraag was natuurlijk of hij, katholiek geworden, ook de onfeilbaarheid van de paus onderschreef. Hij antwoordde: ‘Kijk hier om u heen in deze kerk met alle versierselen en afbeeldingen. De katholiek kerk is als een poppenkast en elke poppenkast heeft zijn eigen Jan Klaassen. Die functie wordt in de katholieke kerk vervuld door de paus. Dus de paus zegent honden en fietsen en auto’s. Hij ontvangt hooggeplaatsten. En hij zegt dat de wereld en de mensen aan verderf naar de verdoemenis gaan en dat de rokjes van de vrouwen veel te kort worden. En dat moet hij ook roepen, dat is zijn taak. Maar verder moeten wij ons er vooral helemaal niets van aantrekken.’

Jurist en auteur Roxanne van Ieperen liet dit fragment zien toen ze een van VPRO’s zomergasten was. En ze liet het zien omdat het hier niet gaat om godslastering, maar vanwege het belang om altijd, elk systeem en de leiders daarvan kritisch te bevragen (en dus ook de draak ermee steken). Als dat niet meer gebeurt dan krijgen systemen en leiders de vrije hand en verworden ze tot machten die mensen vermalen. Aldus Van Ieperen.

Niet voor niets zien we in de wereld waarin conservatief geloof en rechts-radicale politiek hand in hand de koers bepalen, dat oppositie de mond wordt gesnoerd, tegenstemmen monddood worden gemaakt, tegenmacht, zoals een parlement of onafhankelijke rechtspraak, onschadelijk wordt gemaakt. De wereldlijke macht zoals wij die nu om ons heen zien duldt geen tegenspraak, veel religieus conservatisme duldt geen relativering, kan geen humor verdragen, en dat is verstikkend, dat is zelfs levensgevaarlijk.

4.
Herodus staat voor het type leider dat geen tegenmacht duldt. Hij is het prototype van de wereld die wij om ons heen zien en waar we ons zorgen over maken. Daar moeten wij onze oren niet naar laten hangen. We horen hen, maar moeten er ons vooral niets van aantrekken en onze eigen weg zoeken en gaan. Dat is wat de drie magiërs doen: nadat ze de koning hadden gehoord, gingen ze verder.

In die standvastigheid gaan het licht opnieuw op. Ze werden op weg gezet door een licht dat de duisternis kan verdrijven. In het centrum van de onderdrukkende macht raakt het uit zicht. Toen ze verder gingen, zonder zich neer te werpen, ging het licht weer op. De weg openbaart zich als vanzelf zolang je staande blijft in het positieve tegenverhaal, zo lijkt het verhaal te zeggen. De weg word je gegeven, als in een droom, je weet wat je te doen staat, jouw route is een andere weg dan langs de Herodes van iedere tijd. En dat doen ze, maar niet voor ze zich hebben neergeworpen voor dat dienende koningschap, niet voordat ze in hun geschenken eer hebben gebracht aan die koninklijke weg van solidariteit. Want wat Matteüs de drie meegeeft zijn geen geboortegeschenken, maar koninklijke symbolen: goud, wierook, mirre: wereldlijke macht, goddelijke macht, macht over leven en dood. Oftewel: in alles wat er in het leven toe doet vertrouwen zij zich toe aan die weg van solidariteit, recht en vrede. Een weg die in alles tegengeluid geeft, tegen wat gangbaar en als onontkoombaar wordt gezien: het recht van de sterkste en de macht van geld en geweld.

5.
Dit kerstverhaal wordt ons in de eerste dagen van 2026 voorgehouden als een spiegel voor de wereld waarin we leven of moeten overleven. Maar ook als een spiegel voor onszelf en onze eigen keuzes. Een uitnodiging om ook onze eigen patronen en gedachten, kritisch te blijven bevragen in dit komende jaar. Want niet zelden zijn ook onze eigen systemen naar onszelf en anderen, eerder ondermijnend en verduisterend, dan verlichtend. Hoe vaak buigen we niet voor zelfgekozen koningen of zich opdringende grootmachten? Hoe vaak volgen we het donker van het ‘ik’, in plaats van het licht van ‘wij’. De weg van onszelf of de ander kleinmaken, in plaats van de route naar innerlijke en onderlinge vrede? Kies de juiste route horen we vandaag, blijf staande en licht zal in en over jou opgaan. Dat is de belofte, aan ons om het waar te maken. Het hoeft niet alleen, met z’n drieën kan ook, met meer is nog beter. (En vergeet daarbij vooral niet de relativering en de humor.)

Gezegend, hoopvol en lichtend nieuwjaar iedereen.