serie: ‘Vrede is zijn eigen beloning’
toespraak Franck Ploum
Gelezen: Exodus 3 + Mt 5,9 (drempeltekst)
1.
George Carlin, een Amerikaanse comedian, die niet zo veel op heeft met religie, spreekt in een van zijn voorstellingen zijn verbazing uit over het feit dat religies de grootst mogelijke onzin kunnen verkopen zonder dat daar openlijk kritiek op gegeven mag worden. In de scene die daarop volgt – die vooral ook reageert op de Amerikaanse tv-dominees vertelt hij het volgende:
Religie heeft de mensen doen geloven dat er boven in de wolken een onzichtbare man leeft, die elke stap en elke zucht die je ieder mens doet in de gaten houdt. Ook heeft hij een lijst met 10 dingen die hij niet wil dat jij doet. En als je een van deze dingen wel doet, dan heeft hij een speciale plek vol vuur en rook en marteling en verbranding, waar hij je heen stuurt en waar je zult blijven om te verbranden, gepijnigd te worden en gemarteld tot in het einde der tijden…. maar….hij houdt van je! Hij houdt van je… En hij heeft altijd geld nodig, jouw geld, altijd meer geld. Hij is almachtig, heeft heel de aarde gemaakt, is alwijs, alwetend, maar hij kan kennelijk niet met geld omgaan…..
Deze karikatuur van religie die Carlin neerzet, die kunnen we herkennen, we kunnen er om lachen en tegelijk is het triest dat oude teksten, betekenisvolle teksten, wellicht juist ook voor vandaag, op zoveel plaatsen nog steeds ingezet worden om mensen in een of andere fuik te laten lopen onder het mom van geloven. Dat ze ingezet worden om mensen afhankelijk te maken of geld uit de zakken te kloppen. Niet zelden mensen die in hoge geestelijke nood op zoek zijn naar houvast en richting. En wat ook tot op vandaag een goede combi is: religie als voertuig voor oorlog: God wil het! Daar gaat onze wereld, en op dit moment Oekraïne en het Palestijnse volk zwaar onder gebukt.
Op deze manier wordt de menselijke geest bespeeld en gekneed en als je het maar lang genoeg volhoudt gaat iedereen het geloven. En dan werken religieuze systemen niet anders dan marketingmechanismen. Zo werd dit jaar precies 70 jaar geleden de slogan bedacht ‘Melk de witte motor’. Niet omdat melk zo gezond is, niet vanuit het perspectief om de mens vooruit te helpen in een gezonde levensstijl, nee door een marketingbureau in opdracht van het ministerie van landbouw. Een ministerie dat met een enorme melkplas in haar maag zat en een landbouwsector die dreigde om te kiepen. Een marketingbureau dat ons – om te spreken met Carlin – de grootst mogelijke onzin verkoopt, puur uit economische motieven, maar 70 jaar later geloven de meesten het nog steeds.
In hoeveel goden zijn we gaan geloven? Achter hoeveel goden zijn we aangelopen? Van hoeveel goden zijn afhankelijk gemaakt? Van hoeveel goden maken wij onszelf afhankelijk? Terwijl als we er goed naar kijken, weten we dat het de grootst mogelijke onzin is. Dat ons geluk te vinden zou zijn in onze spullen. Een stukje geluk of blijdschap, ja dat kan, maar echt gelukkig word je er niet van. Dat schoonheid je een mooier mens maakt. Uiterlijk of innerlijk? Dat rijkdom je vrijheid geeft. Echte vrijheid?
2.
Het is goed om op gezette tijden nadrukkelijk stil te staan bij en te spreken over God. Wat zeggen we wanneer we het hier op deze plek over God hebben, over wat en wie gaat het dan? De spraakverwarring op dit gebied is immers enorm en voor je het weet tuimelen beelden en gedachten als een onontwarbare kluwen over elkaar heen. Of erger: voor je het weet valt het woord ‘waarheid’ en breekt de pleuris uit.
De God van de schriften maakt zich bekend in een abstractie: ‘Ik zal er zijn zoals ik ben’. Dat is een naam die geen naam is. Daarmee wordt de God van de Schriften ongrijpbaar voor magie en rituelen. In de oud-Egyptische magie was een naam de toegangspoort tot manipulatie. Kende je de naam dan kon je deze mens of deze god dwingen iets voor je te doen.
Wie moet ik zeggen dat mij gestuurd heeft?, vraagt Mozes. Geef me een naam, een teken, een bewijs. ‘Ik zal er zijn zoals ik ben’, geen God van bewijsstukken maar van vertrouwen. Vertrouwen, dat is het kenmerk van de menselijke ervaring zoals in de Schrift beschreven. Een God die niet voor het karretje te spannen is van de menselijke wil, steeds weer anders, elk ogenblik nieuw, maar wel betrouwbaar, te vertrouwen. ‘Ik zal er zijn zoals ik ben’, een godsnaam aan alle namen voorbij, open voor elke menselijke ervaring, zonder waarheidsclaim, zonder te kunnen claimen dat die ervaring het enig ware beeld van God weerspiegelt.
3.
Maar er is meer aan de hand. De God van de Schriften is geen opperwezen. Alles wat een Godheid niet is, is de God van de Schriften: Ik daal af. Kennelijk moet er een beeld gecorrigeerd worden: het beeld van een hoog in de hemel tronende almacht, die wikt en weegt en beschikt ons de hel stuurt en ons geld wil hebben. Mozes ontmoet een god die afdaalt. Het is een God die ‘hoort’ en ‘ziet’. ‘Ik heb gezien de vernederingen. Ik heb gehoord het luide schreeuwen.’
De God van de Bijbel is dus eigenlijk alles wat andere goden niet zijn: nabij, vol liefde, ontferming, trouw, een tochtgenoot, corrigerend ja, maar nimmer zonder compassie. En het is dus maar goed dat die God niet manipuleerbaar is, immers het verhaal zegt dat er maar één manier is waarop deze God zichtbaar kan worden: in de bevrijding van de onderdrukten, de armen, de vreemdeling, uit de handen van allen die hen kleineren, miskennen, wegsturen, doden. God eren is Tora doen, Tora doen is opkomen voor het recht van de vreemdeling en allen die onderdrukt worden.
Bevrijding is het kernbegrip voor het hele bijbelse verhaal. Tora, profeten, psalmen, Jezus Messias, het gaat om bevrijding. En zegt datzelfde verhaal: niemand is te klein om bij te dragen aan die bevrijding, om mee te bouwen aan een wereld waarin bevrijding voor allen gestalte krijgt, versterkt wordt, bewerkstelligd wordt. Maar het kan alleen, wanneer mensen in staat zijn en de bereidheid hebben om niet alleen voor zichzelf te leven, ‘het goed te hebben met zichzelf’ maar ook op willen komen voor elkaar.
4.
“Ik zal er zijn” heeft mij naar jullie toe gestuurd.’. De abstractie, de naam die geen naam is, wordt concreet en zichtbaar in wie zich laat sturen naar mensen in nood. Mozes was herder van de schapen van zijn schoonvader. Mozes wordt geroepen en krijgt de opdracht om te bevrijden. En hij reageert volstrekt menselijk en voorspelbaar op beiden. “Hier ben ik” is zijn antwoord op de roepstem. Maar “Wie ben ik?” klinkt er na de opdracht tot bevrijding.
Mozes is niet anders dan ieder van ons, wellicht is hij wel het archetype van en voor ons allen. Hij staat voor ieder die zich geroepen weet, maar de opdracht die er bij hoort ingewikkeld vindt te volbrengen. Of misschien is het meer nog dat we het ingewikkeld vinden om het vorm en inhoud, handen en voeten te geven. Wie ben ik, dat ik dat zou kunnen? Kijk naar de wereld waarin we leven en de moed zakt je in de schoenen, vrede is een vierkante cirkel, er is geen beginnen aan. Voor je het weet word je in bezit genomen door cynisme en leef je je eigen leven en bent blij als je dat een beetje op orde hebt. En de rest, ach daar is toch niets aan te doen.
De stem uit het vuur roept: ‘Mozes, Mozes’ En de man die een beetje de schapen van zijn schoonvader dreef, zegt: ‘Hier ben ik’. Onmiddellijk wordt hij uit zijn comfortzone gehaald wanneer er gezegd wordt ‘Ik ben de God van jouw vader’. Mozes wordt herinnert aan zijn herkomst. Hij is immers geen geboren Egyptenaar, hij is een vondeling, een vreemdeling, zijn oorsprong ligt elders. Hij wordt opgeroepen om alles en iedereen die met zijn oorsprong te maken heeft niet langer te negeren, maar zich hun lot aan te trekken en daarmee hen en zichzelf te bevrijden. Zoals Mozes ooit uit het water gered werd, zo moet hij nu zijn volk redden en met Israël door de zee trekken, op zoek naar bewoonbaar, vrij land.
5.
Ga, ik stuur jou om te bevrijden. Daar mogen we het mee doen. Daar moeten we ons vertrouwen op stellen. Geeft dat voldoende houvast in deze chaos tijd? Wellicht de woorden alleen niet, maar wanneer het woord gedeeld en gedaan wordt, klein en groot, alleen en samen, dan kan het gaan werken, dan kan het een vliegwiel worden voor een beweging. Wie weet een beweging richting een andere wereld. Een wereld die in de zaligsprekingen van Jezus ‘Koninkrijk der hemelen’ wordt genoemd. Nu is ‘koninkrijk der hemelen’ geen vondst van Jezus zelf. Ook dat is een uitdrukking uit de synagoge. Om te voorkomen de godsnaam te gebruiken in het spreken met elkaar, had men een veelheid aan uitdrukkingen gebracht om de Naam ter sprake te brengen, zonder de Naam te noemen, ‘Koninkrijk der hemelen’ was en is daar een van.
Gelukkig de vredestichters, gelukkig de vervolgden omwille van gerechtigheid, van hen is het koninkrijk der hemelen, er staan dan eigenlijk: God staan aan hun kant. Welke God? Die ene, afgedaalde, die komt bevrijden, en ons uitnodigt bevrijdende mensen te zijn.
Zeg Amen. Dat het zo moge zijn.
