Groeien

Groeien

gelezen: Lukas 2,21 (drempel) en Lukas 2,39-52
toespraak Franck Ploum

1.
In de PKN Open Hof kerk in Kampen wordt sinds 21 november 2024 asiel verleend aan een gezin met vier kinderen, dat al 12 jaar in Nederland verblijft en nu dreigt uitgezet te worden. Al 16 maanden wordt er 24/7 kerkdiensten gehouden want zolang er gevierd wordt mag er door IND of politie niet binnengekomen worden om het gezin op te pakken. Duizenden vrijwilligers, honderden voorgangers zorgen hiervoor. Ook ik ben er een keer geweest om een hele middag ‘kerkdienst’ te verzorgen. De PKN Prinsenbeek is er een keer met de hele gemeenschap naar toe gegaan om een viering te verzorgen. (Nog eens idee ook voor ons lijkt me.) Vier kinderen waarvan de oudste rond een jaar of 17-18. Al twaalf jaar in Nederland. Oftewel: geen idee wat ze in Syrië zouden moeten zoeken. Kerkasiel vraagt aandacht voor al die 420 gewortelde kinderen die in onzekerheid al jaren wachten in Nederland.

In het klooster van de Broeders van Huijbergen is op dit moment Ali een paar weken te gast. Om tot rust te komen. Hij komt uit Eritrea. Hij is 26 jaar en wacht al 18 jaar op uitslag van de IND of hij wel of niet mag blijven. ‘Ik wil graag blijven, maar als het moet ga ik terug. Maar dan heb ik wel papieren nodig en een paspoort. Maar er komt maar geen definitief antwoord en ook geen papieren om terug te keren, al 18 jaar niet. En al die tijd mag ik geen opleiding volgen en niet werken.’

Deze week plaatste Kerkasiel Kampen op haar sociale media: al 16 maanden zetten duizenden mensen zich dag en nacht in voor het lot van 420 gewortelde kinderen, opdat ze mogen blijven. Geen een keer aan een talkshowtafel. Deze week 80 relschoppers tegen een asielcentrum in Loosdrecht: Belangrijkste onderwerp aan alle talkshow tafels. En de Haagse politiek reageert met: ja we voelen dat er een asielcrisis is!

2.
Kinderen in Nederland. Kinderen in een van de rijkste landen van de wereld. Kinderen voor wie de wereld openligt. Kinderen die mogen en kunnen dromen over wat de toekomst brengen zal. Kinderen met alle kansen en mogelijkheden. Maar ook hier, kinderen in de knel. Kinderen in armoede. Kinderen vermalen in systemen, van asiel, van jeugdzorg, van regelgeving. Kinderen in angst. Kinderen in onveilige situaties, niet gezien of van weggekeken. Hoe groeien al deze kinderen op? Tot welke mensen zullen en kunnen ze uitgroeien?

En ook in welke wereld moeten al deze kinderen hun weg vinden en hun plaats innemen? Ik denk dat menig ouder, grootouder zich deze vraag regelmatig stelt. En als het deze wereld niet is die we kinderen toewensen, welke is het dan wel? Die vraag legt Paus Franciscus voor, in zijn klimaatencycliek ‘Laudato Si’, wanneer hij schrijft:

Wat voor soort wereld willen wij doorgeven aan hen die na ons komen,
aan de kinderen die aan het opgroeien zijn?
Wij zijn de eerste verantwoordelijken om een planeet door te geven
die bewoonbaar is voor de mensheid die na ons zal komen en voor al wat leeft.

Om te groeien heb je fundament nodig en een goed fundament om te groeien is een gezonde en voedzame grond om op te staan. Zo’n gezonde voedingsbodem die groeien doet wordt ook wel humus genoemd. Humus is essentieel voor de bodemvruchtbaarheid. Het is een woord dat verwant is aan andere woorden: humus – humility – humanity: een vruchtbare bodem – bescheidenheid – humaniteit, oftewel menselijkheid.

Nu is juist dat laatste in onze tijd nogal eens ver te zoeken. Wat we om ons heen zien is allesbehalve gefundeerd in bescheidenheid en menselijkheid. Egotripperij, haantjes de voorste, het ‘ik’ verheven boven alles en ten koste van alles, zelfs een zee aan mensenlevens. Dat zien we gebeuren om ons heen. Dat is het geluid en het leiderschap waarmee kinderen die opgroeien geconfronteerd worden. En het zijn ook niet zelden deze mensen, en het geluid dat zij verspreiden, die een podium krijgen, podia zoals aan de talkshowtafels. Waarmee niet alleen hun geluid gehoord wordt, maar zelfs versterkt. Opnieuw ten koste van de humaniteit en de bescheidenheid.

Politicoloog Rosan Smits, ze schreef het zeer lezenswaardige maar verontrustende boekje ‘Dit is fascisme’, over de terugkeer van fascisme in Amerika, Europa en Nederland, zegt dat het uitnodigen van autocratische mensen, en het podium geven aan niet-democratische en extreemrechtse geluiden via talkshow tafels een ernstige fout is en grote gevolgen heeft. En daarmee kleurt dit ook de beeldvorming van de opgroeiende generatie.

Ze zegt: politiek is aan de talkshow tafels verworden is tot entertainment. En amusement of entertainment is gebaat bij ophef. En juist dat betekent dat populistische leiders, en extreemrechtse denkers, en relschoppers, die voortdurend met hun uitspraken en daden ophef veroorzaken, dus aan die talkshow tafels zitten. Zij worden uitgenodigd en kunnen hun verhaal vertellen. Een Engels onderzoek heeft uitgewezen dat het effect van deze gang van zaken is dat extreemrechts en populistisch denken normaliseert naarmate zij vaker aan het woord komen in gangbare media. Zelfs als je als journalist zo’n denker kritisch bevraagd, dan is de conclusie van de kijker en luisteraar: dit is wellicht niet mijn mening maar kennelijk is dit denken ook oké, want anders zaten ze niet aan tafel.

Op welke voedingsbodem willen we, hopen we dat kinderen opgroeien?

3.
We hoorden een verhaal. Een vertelling uit het evangelie van Lukas. Over de jongen – Jezus – die opgroeide en vol kracht en wijsheid werd. En die 12 jaar na zijn geboorte achterbleef in Jeruzalem en in de tempel door zijn ouders werd teruggevonden. Wanneer je dit verhaal, dat een verhaal is, gaat lezen als een historisch biografisch verslag, dan loop je tegen onoplosbare vragen op. Zeker wanneer je zelf kinderen hebt. Een van die vragen is: hoe kan het je als ouder de stad verlaat zonder te weten waar je kind is? Hoe is dat in godsnaam mogelijk. Nu weten we dat dat mogelijk is. Dan kom je uit bij die kinderen in Nederland en in de wereld, die opgroeien zonder humus-humaniteit, de vergeten kinderen. Maar het kan niet in dit verhaal waarin humaniteit en mensenrecht de boventoon voert.

We hebben hier dus te maken met een verhaal dat iets anders wil zijn dan een historisch verslag.

De eerste hoofdstukken van Lukas, met geboorteaankondiging, geboorteverhaal, besnijdenis, Opdracht in de tempel en de 12-jarige Jezus, worden nog wel eens de kindheidsverhalen genoemd, maar dat is eigenlijk geen beste aanduiding van wat er in die eerste verhalen te lezen is. Het zet ons op een verkeerd spoor. Eerder hebben we hier te maken met een voorwoord, of beter nog een ‘midrasj’. Letterlijk betekent dat ‘onderzoek’. Het is een bekend joodse manier van overtuigen. Lukas wil zijn lezers ervan overtuigen dat ze bij Jezus aan het juiste adres zijn als het gaat om bevrijding, om uitleg en actualisering van de Thora, om een route naar vrijheid en een weg onder het juk uit van de Romeinse bezetting. Daarom is het van belang om de levensweg en de boodschap van Jezus terug te projecten naar het begin van zijn leven. Om als het ware te zeggen” in den beginne’ was in hem al aanwezig wat voor een mens dat hij was. Een geboren messias, zoals wij ook wel eens zeggen van kinderen dat ze een geboren voetballer, of een geboren pianist zijn. Deze beginselverhalen vormen de inleiding op wat het evangelie gaat vertellen over deze Jezus. Dat verhaal van die bevrijder in Godsnaam, dat bij Lukas eindigt in de tempel, moet dus ook in de tempel beginnen.

En het verhaal van de 12-jarige is eigenlijk het scharnierverhaal, tussen de inleidende verhalen en het verhaal van de volwassen Jezus die zijn openbaar leven begint. En dat is niet voor niets. Want met twaalf /dertien jaar doet elke joodse jongen zijn bar-miswa: hij wordt zoon van de Thora. Dat wil zeggen, voor het eerst mag hij hardop spreken in de synagoge. Vergelijk met in de christelijke traditie met de belijdenis en het vormsel. Een overgangsritueel tijdens de groei naar volwassenheid.

Hij zat te midden van de leraren. En hij luisterde naar hen en hij stelde hen vragen. Niet zelden wordt Jezus hier beschreven als de betweter die de leraren eens een lesje komt lezen. De allesweter die vanuit zijn almacht de leraren te kijk zet. Maar wat hier beschreven wordt is niet anders dan een joods leerhuis, waar vragen gesteld worden en antwoorden gegeven, waar naar elkaar geluisterd wordt en iedereen gehoord wordt en waar net als leraren in onze tijd, blij verheugd kunen zijn wanneer leerlingen boven zichzelf uitstijgen. Want dat is een van de pijlers van onderricht en educatie: dat de volgende generatie het beter doet dan de vorige. Dat wil zeggen: groeit in wijsheid, menselijkheid, humaniteit, ten voordele van het grote geheel en niet alleen van henzelf.

4.
Wanneer Jezus een zoon van de Thora genoemd wordt, dan kan dat alleen wanneer hij ook geworteld is in de Thora, wanneer hij opgegroeid is in de wijsheid van die richtinggevende woorden, die een weg naar vrijheid en medemenselijkheid.

Hoe kunnen we van kinderen verwachten dat zij groeien in wijsheid, wanneer ze opgroeien met wereldleiders die de leugen tot kunst hebben verheven? Hoe kunnen we hopen dat kinderen groeien in medemenselijkheid wanneer de voorbeelden graaien en eigen belang laten zien? Hoe kunnen we een toekomst van vrede verwachten voor de kinderen van vandaag, wanneer we ze niets anders dan oorlog en geweld voorschotelen als voorbeeld?

Er is een andere humus nodig, een andere voedingsbodem. En dat vraagt dat wij kinderen en jongeren, maar zeker ook elkaar, want je blijft een leven lang groeien en ontwikkelen, een perspectief voorhouden aan wat gangbaar is voorbij. Een perspectief dat mensen weghaalt bij het steeds gangbaardere beeld van hebzucht is goed en zorg maar goed voor jezelf. Dat mensen niet overlaat aan het gangbare gesprek aan de talkshowtafel, waar verdeeldheid, vreemdelingenhaat en zondebok politiek als acceptabel en normaal worden gepresenteerd.

Het vraagt dat wijzelf geworteld blijven in betekenisverhalen zoals we die o.a. in de bijbel vinden. Maar natuurlijk ook in vele andere wijsheidsbronnen, in kunst en cultuur en literatuur terug te vinden zijn. En het vraagt van ons vooral dat wij niet alleen kennisnemen van die bronnen en ze beamen, maar ze ook doen, ze handen en voeten geven in ons dagelijks leven. Op die humus groeien niet alleen wijzelf in bescheidenheid en medemenselijkheid, maar ook onze omgeving en de mensen die wij ontmoeten, de kinderen en kleinkinderen met wie wij leven of die aan onze zorg zijn toevertrouwd.   

Met het oog op de komende dagen, zou dat ook wel eens een hele goede weg naar ware vrijheid en vrede kunnen zijn.
Dat het zo moge zijn.