Toespraak Franck Ploum
Gelezen: Lukas 19, 28-47
1.
Het feest van Pesach is nabij, feest van uittocht en bevrijding. Niet zomaar bevrijding, in het algemeen, maar bevrijding uit het slavenhuis, uit een leven van harde dienst onder een hardvochtig imperiaal regime. Dat feest wordt jaarlijks gevierd en dan trekken drommen pelgrims naar Jeruzalem, die de straten en stegen van de stad bevolken. Reden voor de Romeinse autoriteiten om extra alert te zijn. Mensenmassa’s kunnen op drift raken, dan is er geen houden meer.
Een volksoproer tijdens de dagen van Pesach, als de roep om vrijheid klinkt en de herinnering aan de uittocht wordt wakker geroepen, daar zijn de Romeinen uiterst beducht voor. De opperste gezagsdrager namens Rome in Judea, gouverneur Pontius Pilatus, resideerde niet in Jeruzalem, maar in het keizerlijk buitenverblijf aan zee. Als Pesach naderde, trok hij naar de hoofdstad, met troepen soldaten in zijn gevolg, om de in Jeruzalem gelegerde garnizoenen te versterken en zo mogelijke onlusten in de kiem te smoren. Dat was de jaarlijkse ‘intocht in Jeruzalem’.
2.
De schrijver van het Lukasevangelie beschrijft in zijn verhaal een andere intocht: die van Jezus en zijn leerlingen. En zo worden hier twee processies naar Jeruzalem naast elkaar gezet. Vanuit het oosten daalde Jezus op een ezel de Berg van de Olijven af, toegejuicht door zijn volgelingen. Hij was afkomstig uit een boerendorp, Nazareth in het noordelijk gelegen Galilea. En de meesten van zijn volgelingen waren boeren en vissers. Aan de andere kant van de stad, vanuit het westen, reed Pontius Pilatus, niet op een ezel maar op een paard, Jeruzalem binnen aan het hoofd van een colonne keizerlijke cavalerie en soldaten.
De processie van Jezus proclameert het koninkrijk van God, einde oorlog, einde onmenselijkheid en vrede aan de stad en alle mensen van goede wil. De processie van Pilatus demonstreert de macht van het imperium, de macht van de onderdrukking, de willekeur van wie mag leven en wie niet, de brute kracht van het oppakken, martelen en kruisiging van politieke tegenstanders. De twee processies belichamen het centrale conflict van die dagen tot aan Pesach, die leidde tot de kruisiging van Jezus.
En ze verbeelden wellicht ook het conflict in ons eigen leven. Want in ons hart en ons geweten volgen we de optocht die het koninkrijk proclameert. Zelfs in het dagelijks leven proberen we vast te houden aan die route. Maar hoe vaak komen we niet tot de ontdekking dat we ons toch bevinden in machtsprocessie van Pilatus? Vaak niet bewust gekozen, maar toch. Ook wij hebben soms belang bij de machtsroute, op ons werk, professioneel of als vrijwilliger. Enige hardheid wordt gevraagd in onderhandelingen. In de afweging tussen het risico van ons kwetsbaar opstellen of het houvast van ons masker of ons harnas, kiezen we niet zelden de veilige route. Tenminste, veilig, omdat we het kennen en omdat het conformeert aan wat gangbaar is in deze wereld. En omdat we zelf ook maar al te graag wegblijven van onze eigen kwetsbaarheid en gebrokenheid. Ook omdat we het risico van overlopen worden niet willen nemen.
Voor welke optocht kiezen we? De optocht van de vrede van het Koninkrijk, of die van de Pax Romana, Pax Trumpana, Pax Netanyahu, Pax Poetin, Pax Ayatolla, de Pax van het eigen voordeel en eigen gewin? Voor welke optocht kiezen we?
3.
En toch zagen juist de Romeinse keizers zichzelf als vredevorsten. Zij waren immers de boodschappers en handhavers van de Pax Romana, de Romeinse vrede. Dit was een vrede die aan alle onderworpen volken en culturen werd opgelegd en met bloedige hand werd gehandhaafd. Dit type vredeskoningen bestaan tot op vandaag. Ze vallen soevereine landen binnen om er vrede en democratie te brengen of om ze in bezit te nemen, ze bombarderen landen kapot om mensen te bevrijden van onderdrukking. In eigen land helpen ze de democratie om zeep, dulden ze geen tegenspraak en maken ze iedereen verdacht die een andere mening heeft. Niet zelden presenteren ze zich als vertegenwoordigers van de christelijke traditie.
Munther Isaac, Palestijn en Luthers priester op de West Bank bepleit dat het daarom hoog tijd wordt voor een nieuwe vredestheologie, nu de vrede gekaapt wordt door de brute macht.
Een vredestheologie die niet naïef het onrecht laat bestaan of accepteert, zeker geen die vrede opgelegd met macht en geweld. Maar een bijbelse vrede, die alleen wortelt in waardigheid, betrouwbaarheid en waarheid. Een vrede die als uitgangspunt heeft dat ieder mens, overal ter wereld, beeld is van God en dat daarom elk mens, ja zelfs al wat leeft heilig is, gelijkwaardig heilig. Een vredestheologie die een einde maakt aan de dehumanisering van deze wereld en aan machthebbers die geweld ten doop houden in de naam van God. Een vredestheologie die ons zegt: Wat het probleem ook is, geweld en oorlog zijn nooit een antwoord. Behartigenswaardige woorden.
4
Eenmaal in Jeruzalem gaat Jezus naar het heiligdom. Niet om te bidden, maar om er een politieke daad te stellen. Waarom vertellen de evangelisten dat verhaal over het omverwerpen van de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers? Omdat de Romeinse bezettingsmacht niet alleen heerste over de samenleving en de politiek, maar ook het heiligdom en de tempel waren door hen bezet. Zij hadden zich ook van het Judese religieuze leven meester gemaakt. De Romeinen benoemden de hogepriester. De keizer en de hogepriesters waren elkaars buiksprekers geworden. Historisch feit: de speciale Pesach gewaden die nodig waren om in de tempel te vieren ontving de hogepriester van de keizer van Rome. En de hogepriester moest die kleding bij de keizer, persoonlijk komen ophalen. Wat zou er gebeuren als de daden van de Hogepriester niet in lijn waren van de wensen van de keizer? Juist, dan zou hij de kleding niet krijgen en kon het hele Pesachritueel niet doorgaan. Ondenkbaar, dus danste de hogepriester naar de pijpen van de keizer.
Ook de overige priesters rond de tempel collaboreerden veelal met de Romeinen. Daar hadden ze veel baat bij, politiek én financieel – en het ene ondersteunde het andere. Bezetting en collaboratie vormen een onlosmakelijke twee-eenheid en is van alle tijden. Tegen deze praktijk komt Jezus in verzet en hiermee bezegelt hij zijn eigen lot. Wat zegt hij: het Heilige een roversrol? De heiligdomsoversten en de Schriftgeleerden van de Hogepriesters hoorden dat en zochten naar een gelegenheid om hem om te brengen.
De kaarten zijn geschud. Het oordeel is geveld. Van nu af bevinden Jezus en de hogepriesters zich op ramkoers. Rome is de lachende derde. Hier wordt dus heel helder wie er verantwoordelijk zijn voor de dood van Jezus: de Romeinen en de met Rome collaborerende priesterkaste. Niet het Judese volk en zeker niet het hele joodse volk. Zij riepen Jezus toe: Gezegend Jij, koning van de vrede. In hem zagen ze nieuwe toekomst voor stad, land en zichzelf. En dat maakte Jezus tot een gevaar voor de gevestigde macht. Wie weet, zou hij een opstand ontketenen, in de dagen van het feest der bevrijding.
5.
Jezusvolgers in de eerste eeuwen werden niet vervolgd en sommigen vermoord omdat ze volgers van Jezus waren. Ze werden vervolgd omdat ze weigerden inde optocht van de keizer en zijn gouverneurs mee te lopen. Ze werden vervolgd omdat ze weigerden te buigen voor de keizer, voor de macht. Ze wilden niet buigen voor idolen van de wereldorde, voor een met geweld opgelegde vrede. En dat moeten wij ook niet doen. We kunnen niet op zondag leerling van een nieuwe wereldorde zijn en op maandag meelopen in een optocht die vrede verkondigt door haat en verderf te zaaien. Zo leveren we ons namelijk uit aan deze wereldorde. Maar gelukkig horen we vandaag dat er ook een andere optocht is, die een andere route loopt en met een andere leider in de hoofdrol.
We komen hier niet samen om weg te vluchten uit deze wereld. We komen hier samen om elkaar te herinneren aan de wereld die wij ons thuis noemen en wat de route is om die nieuwe wereld te bereiken. Hier samenkomen is dus steeds weer een oefening. Wij oefenen ons in het verstaan van andere verhalen en we oefenen ons in een andere taal. Zodat, wanneer deze wereld waarin wij leven ons oproept te spreken over de ander als vijand, de ander als tegenstander, de ander als oorzaak van alles wat fout gaat, wanneer wij opgeroepen worden woorden te spreken van haat en verdeeldheid, wij in staat zullen zijn uit ons hart en onze longen andere woorden te spreken en een ander lied te zingen.
Ook komen we hier om ons gehoor steeds weer te oefenen. Zodat wij te midden van alle chaos en alle geschreeuw die ene stem verstaan, die vredesstem, en wij worden als messiaanse mensen die een andere route kiezen. Zodat ook wij voor deze wereld worden mensenzonen en mensendochters, vredevorsten en dienstknechten van de vrede.
Dat het zo moge zijn.
