Staan in een traditie – dopen

Staan in een traditie – dopen

Doopviering
Gelezen Lukas 3,21-22
Toespraak Franck Ploum

1.
Dopen is een oud gebruik en zeker niet alleen binnen de christelijke traditie. Het verhaal van Jezus die gedoopt laat dit zien: het christendom bestond toen nog niet en het was ook niet zo dat alleen Jezus zich liet dopen en zo een nieuwe beweging op gang bracht met als startpunt de doop. Nee, ‘Heel het volk liet zich dopen’ vermeld Lukas. Jezus werd als vele anderen gedoopt als teken van ommekeer. Als markering van een nieuw begin.

Heel het volk is bijeen, heel het volk wordt gedoopt. In de eerste hoofdstukken van zijn evangelie laat Lukas verlangen klinken, visionair verlangen naar een nieuw begin. En daar kunnen we ons van alles bij voorstellen. Gebukt als het volk gaat onder de bezetting door de Romeinen. Hier wordt dan ook niet daadwerkelijke geschiedenis geschreven, maar hier wordt een onderhuids verlangen weergegeven, dat zelfs na jarenlange onderdrukking niet is verdwenen, dat zelfs na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel er niet is uitgeslagen door de bezetter.

2.
Volwassen mensen die op een kruispunt in hun leven, of na een ingrijpende beslissing, een markering willen aanbrengen, en zich laten dopen. Die doop wordt in de bijbel ook wel doop van bekering, doop van ommekeer genoemd. Ze geven hun leven een andere wending en die wending gaat in de richting van geleefde Tora, in de lijn van God-Ik-Zal. Wat is dat voor leven? Het is een geroepen leven waarin rechtvaardigheid, humaniteit en mensenrecht de koers bepalen. Geroepen, dat klinkt wellicht zwaar in de oren, maar wie verlangt er niet naar een leven dat echt is en waarachtig? Een leven dat ook oog heeft voor de ander om je heen, en het liefst ook nog voor de ander wat verder weg. Zo leven dat niet alleen jijzelf, maar dat de wereld er beter van wordt, dat is geroepen leven.

Jezus is ongeveer 30 jaar, denken we, wanneer hij zich laat dopen. Hij zegt ‘JA’ tegen zo’n geroepen leven. Geraakt door dat oude bevrijdingsverhaal uit de boeken van Mozes, geraakt door oude woorden van profeten, geïnspireerd door die geestkracht van wie of wat wij God noemen, markeert hij een nieuw begin van zijn leven. En tijdens zijn doop, zo vertelt het verhaal, heeft hij een intense ervaring van gods-nabijheid, noem het een mystiek ervaring die hem bevestigt en laat weten: Ga op weg, doe recht, heb lief, wees naaste, en ik Ik-zal-er-Zijn.

Dat die bevestiging geen garantiebewijs voor succes is blijkt uit het feit dat Jezus direct na zijn doop de woestijn ingedreven wordt, op de proef wordt gesteld met lastige dilemma’s: Waarom grijp je niet de macht? Waarom kies je niet voor een succesvolle carrière? Waarom dwing je God niet te bewijzen dat hij met je meegaat? Tegenstemmen in en buiten onszelf die ons overvallen, meestal op momenten van kwetsbaarheid, die tegen ons zeggen dat het allemaal geen zin heeft, dat je keuze niets voorstelt, geen verschil maakt in deze chaos-wereld. Dat je niet moet denken dat jij daar iets aan kunt veranderen.

Hoe vaak heb ikzelf keuzes gemaakt van radicale ommekeer? Beloftes gedaan, ‘Ja’ gezegd, vol overtuiging en met geestkracht en de wil om het waar te maken, vol te houden? En hoe werden onze beslissingen en keuzes op de proef gesteld, werden we in verleiding gebracht het op te geven?

3.
Heel het volk verlangt naar bevrijding, wil Lukas ons vertellen, en Jezus is de vervulling van dat verlangen, zo zegt het verhaal. Maar die vervulling heeft niets te maken met de gedachte dat Jezus het voor anderen oplost, eerder met de inspirerende en bevrijdende kracht die van hem uitging. Waardoor mensen weer geraakt werden in hun diepste verlangen dat de wereld waarin ze leven niet is wat ze zou moeten zijn. Daarmee kwam er geen einde aan de onderdrukking, daarmee werd het dagelijks leven niet makkelijker voor mensen, maar zo ontstond er wel een innerlijke vrijheid om ondanks de feiten vast te blijven houden aan het visioen van een andere, een nieuwe wereld, aan de onderdrukking voorbij.

Zien wij nog uit naar bevrijding? Of vinden we het wel best zo? Zijn we tevreden met ons natje en droogje, ons dak boven het hoofd? Brandt er nog vuur van verlangen in ons om iets aan deze wereld te doen, om de onderdrukkende macht van geld en oorlog, van Techreuzen en een alles vernietigende hebzucht in te dammen er tegen op te staan? Al was het alleen maar door er niet in mee te gaan, niet aan mee te doen, ons er niet door te laten verleiden? Of kan het ons allemaal niet zo veel schelen, zal het onze tijd wel duren?

Gedoopt zijn betekent niet dat je lid bent van een kerk, dat je een stempeltje krijgt met goedkeuring van een instituut. Gedoopt zijn, of gedoopt worden is in een traditie gaan staan die zegt dat het er wel toe doet, die zegt dat het je wel wat moet kunnen schelen. Dat je weliswaar niet schuldig bent aan alle ellende die er om ons heen is, maar dat je dat niet ontslaat van je verantwoordelijkheid om te pogen er iets aan te doen. Gedoopt zijn is steeds weer tegen jezelf zeggen: niets doen is geen optie, is dus vasthouden aan een visioen, dat het mogelijk is om een leefbare wereld te scheppen, dat het mogelijk is met elkaar te delen, dat het mogelijk is om het leven zo in te richten dat onze leefomgeving niet naar de knoppen gaat. Gedoopt zijn is “JA” zeggen tegen deze gedroomde wereld, volgens het bijbels verhaal deze door God gedroomde wereld.

4.
Straks wordt Mea gedoopt. Wat weet zij van al deze dingen? Wat moet zij met al deze bagage? Gaan we haar die nu al op de schouders leggen? Moeten we kinderen zoals zij wel blijven dopen, als het zo verbonden is met een levenskeuze? Goede vragen. Moeilijke vragen ook.

We doen het niet om kinderen te redden, weg te halen voor de poorten van hel, zoals sommigen, zeer ouden onder ons, ooit nog meekregen. Als God bestaat, dan zijn alle mensen kind van God, gedoopt of niet. We doen het om ‘welkom’ te zeggen, welkom jij kind van God, kind van mensen, kind van gemeenschap. Kind van de wereld. Welkom: jij er mag zijn, je bent gekend en gewild, ontzagwekkend geweven en je bent gezien. Welkom, jij geeft ons weer hoop, omdat met jou het visioen van een andere wereld weer nieuwe kansen krijgt. Wij hopen en dromen dat er weer iemand mee zal gaan doen in het bevrijdingsverhaal.

En wat is er dan mooier dan dit te doen op vredeszondag. Want wat snakt onze wereld naar een nieuw begin, naar bevrijding uit het adagium van man en macht, van wapenindustrie en oorlogsretoriek. Wat snakken we naar zachte krachten die ons weer doen beweging richting menselijkheid, medemenselijkheid en solidariteit.

Wij dopen Mea in een bevrijdingsverhaal. Namens jullie Hannes en Lize. Ik mag dat doen, maar jullie zijn het die haar opvoeden en groot zullen brengen in het licht, in de geest van dit verhaal – met deze ekklesia als een mogelijk oriëntatiepunt. Mea ziet jullie léven, dingen doen, andere dingen niet. Ze hoort bepaalde woorden, misschien hoort ze je zingen ‘Dat wij volstromen met levensadem’. En dan, meestal onverwacht, plotseling, komen er vragen: Wat doe je, waarom doe je dat, wat zeg je daar, wat zing je?

Het bijbelse verhaal zegt: je moet zó leven dat die vragen in je kinderen opkomen. En als je kinderen nooit zulke vragen aan je stellen, moet je je afvragen, of je goed met ze leeft. Je probeert solidariteit en ontferming te leven. Je probeert bij te dragen aan een structuur van gerechtigheid. Je doet dit en niet dat – waarom doe je zo, vragen je kinderen. In het bijbelse bevrijdingsverhaal zeggen ze dan: wij doen dat omdat wij zelf bevrijd zijn uit het diensthuis Egypte; uit een vernederend, onmenselijk slavenhuis. Wij zijn uitgeleid door een Stem die riep ‘Ik zal er zijn, ik kom bevrijden – ik bedoel: bevrijd elkaar’. En daarom vechten wij mee tegen alle vormen van onderdrukking. Tegen alle verhoudingen en situaties waarin mensen vernederd en gepest en bedrogen en bestolen worden – in verzorgingstehuizen, in jeugdinstellingen, in bankgebouwen en door commercie en opgedrongen schoonheidsidealen. En niet in de laatste plaats door sociale media en haar algoritmen.

Dopen is dus een ritueel tegen de feiten in. Misschien soms wel tegen beter weten in. Dopen is vasthouden aan wat niet lijkt te kunnen: vrede, mensenrecht, liefdevolle omgang, wereldwijd. En met elkaar drukken wij in deze doop de hoop uit dat het ons zal lukken onze kinderen op deze weg ten voorbeeld te zijn. Wij dopen dan ook niet voor niets in een gemeenschap – wij dopen daarmee niet alleen Mea, maar dopen ook onszelf opnieuw, wij roepen herinnering wakker: o ja, dat is wat we willen, dat is waar wij voor staan, zulke mensen willen wij zijn, daar zeggen we ‘ja’ tegen. Dan zullen we schreeuwen, lachen, weten: we zijn eindelijk geboren.  

Dat het zo moge zijn.