Voorzienigheid

Voorzienigheid

serie: ‘Traditie is steeds weer het vuur aanwakkeren’
thema: voorzienigheid
gelezen: Lukas 12
Toespraak Franck Ploum

1.
Behalve grote oude woorden, kent de christelijke traditie ook veel oude gedogmatiseerde thema’s. Thema’s waarvoor je niet zo zeer n de bijbel te raden moet gaan, maar in de theologie en de dogmatiek. Voorzienigheid is zo’n oud thema. Veelal gebruikt om vanuit de zogenoemde scheppingsleer, “de leer van de eerste dingen” de almacht en blijvend sturende hand van God aan te duiden. God die, op de door hemzelf vastgestelde tijd, in alles voorziet.

Als je iets over voorzienigheid wilt weten moet je naar de catechismus van de verschillende kerken.
Zo zegt de Catechismus van de Katholieke kerk: ‘De goddelijke voorzienigheid bestaat uit de beschikkingen waardoor God met wijsheid en liefde al de schepselen op zijn wijze naar hun uiteindelijk doel leidt. En de taal van de Heidelbergse Catechismus zegt ‘De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods waardoor Hij alles met Zijn hand nog onderhoudt en regeert. Vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij toeval, maar van Zijn Vaderlijke hand komen zij ons toe.’.

Niets gebeurt per toeval, alles is gepland. Wat je ook overkomt, het komt uit Gods hand. En denk niet dat je je buiten Gods hand om zou kunnen bewegen, dat je je überhaupt zou kunnen verzetten tegen die goddelijke kracht. Een soort vorige-eeuwse variant op ‘Wij zijn ons brein’ (Dick Swaab). Dat je maar niet denkt dat je ergens invloed op hebt.

Wie hoopt, of uitgaat van een God die vanuit de hoge hemel in zal grijpen in deze wereld, die is tijdens de geschiedenis van de mensheid keer op keer teleurgesteld. Kijkend naar hoe de mensheid tot nu toe deze aarde onbewoonbaar heeft gemaakt voor de meerderheid van haar bewoners, en sinds de industrialisatie voor de ecosystemen, dieren en natuur, dan kan dit vanuit een voorzienigheidsgeloof – in de traditionele betekenis van het woord – alleen leiden tot cynisme. Cynisme jegens een God die alles schijnt te besturen, te bepalen en op zijn vastgestelde tijd zal ingrijpen, maar ook een cynische kijk op mens en wereld.

2.
Er lijkt in dit hele traditionele denken over voorzienigheid weinig ruimte voor verantwoordelijkheid van de mens. Sterker nog, wij hoeven geen verantwoordelijkheid te nemen, in alles wordt voorzien, God bepaalt wanneer. Er is niets anders te doen dan lijdzaam afwachten en ons lot in Gods hand leggen. Is dit een volwassen manier om met geloof om te gaan? Dat je de morele en ethische afwegingen buiten jezelf legt?

In plaats van een God die zich vanuit de hemel voor de morele afweging en voor de ethiek garant stelt, zoekt de Joods-Franse filosoof Emanuel Levinas God in de ethiek zelf. Alle religieuze woorden die hij gebruikt ‘uitverkiezing’, ‘voorzienigheid’, ‘transcendentie’, ‘messiaanse verwachting’ – zijn steeds verbonden met wat hij noemt het ethische appel van mijn naaste. Het van aangezicht tot aangezicht, het moment waarop ik het Gelaat van de noodlijdende ander echt waarneem. Wanneer ik gehoor geef aan een ethisch appèl, op die momenten rust het fundament van een volwassen religie, en niet op, zoals Levinas zegt: “vreemde tovenaars in de hemel die prijzen uitreiken, straffen opleggen of fouten vergeven”.

God grijpt dus niet in, trekt niet aan touwtjes. Voorzienigheid heeft dus met iets anders te maken. Goddelijke voorzienigheid is liefdestaal en raakt aan het visioen van een wereld voor allen.

3.
In een brief met de titel ‘taakverdeling’ die Abel Herzberg schreef aan zijn grootvader, laat hij God zeggen:
‘Geen mensenhand kan sneeuw en regen maken, laat staan de zondvloed…Maar zij kan iets beters. Ik heb de mensen alles gegeven wat zij nodig hebben om in vrede en vriendschap te leven. Ook ben ik kwistig genoeg geweest in het verdelen van kennis en talenten, waarmee zij al mijn gaven gebruiken kunnen. Evenmin ontbreekt het hun aan wetten die hun handelingen moeten bepalen. Hiermee acht ik mijn taak volbracht. Wat nu nog moet worden verricht, dient aan de mens zelf te worden overgelaten. Zo hoort de orde tussen ons te zijn. Het woord, en meer dan het woord, de daad is aan hen.’

God grijpt niet in, er zijn wel ingrijpende woorden, Thora woorden: heb mij lief, doe mij recht, neem mij op, ik ben een mens als jij. Woorden die ons geweten scherpen en ons laten weten dat het onze taak is om te voorzien in de menselijke behoefte, in menselijke waardigheid, waar die geschonden wordt.

Wijzelf kunnen voorzien in menselijke waardigheid en wij kunnen voorzien wat de wrange vruchten zijn van ons gedrag dat niet voorkomt uit dat visioen, dat niet getoetst is aan ons geweten, of geen vrucht is van een ontmoeting ‘van aangezicht tot aangezicht’. Voorzienigheid gaat over wat te voorzien is. We kunnen voorzien wat er gebeurt als wij doorgaan met het vernietigen van onze leefomgeving. We kunnen voorzien wat er gebeurt wanneer wij onze hoop blijven vestigen op sterke leiders. Wij konden voorzien wat de gevolgen waren en zijn van marktwerking in de zorg, in de nutsbedrijven en in de algemene voorzieningen. We konden voorzien dat zolang we niet bereid zijn te breken en te delen, mensen van het zuidelijk halfrond hier hun toekomst komen zoeken.

4.
Zowel in het Lukasevangelie, als in het Matteüsevangelie laat de schrijver aan het verhaal over de zorgen voor morgen een verhaal voorafgaan over geld en bezit. Lukas schrijft een verhaal over iemand die aan Jezus vraagt te bemiddelen in een erfeniskwestie: kun je ervoor zorgen dat ik mijn geld krijg! Bij Matteüs, stelt Jezus de vraag aan wie je vertrouwen schenkt, aan God- bevrijder, of aan god-Mammon. Je kunt niet beide vertrouwen, je kunt immers geen twee heren dienen.

Het verhaal van vandaag is dus verbonden aan de vraag naar wat we belangrijk vinden in ons leven. Het is verbonden met de vraag waar wij ons vertrouwen op stellen, wie of wat wij betrouwbaar vinden. Behalve over wat te voorzien is, gaat voorzienigheid dus ook over de vertrouwensvraag. Aan wat of wie vertrouwen wij ons toe?

Te vaak wordt de oproept van Jezus om ons geen zorgen te maken los van de context van geld en bezit voorgeschoteld, alsof het zou gaan om een geruststellende opmerking waarin Jezus ons oproept vooral niet bezig te zijn met de dag van morgen. Wie kan het zich veroorloven om niet bezig te zijn met morgen? Ouders levend van een minimuminkomen zijn voortdurend bezig met de dag van morgen en of de maand al voorbij is omdat dan nieuw geld binnenkomt. Mensen op het zuidelijk halfrond die hun vee zien sterven door uitdroging, of hun oogst zien mislukken door overstromingen als gevolg van de klimaatcrisis, zijn alleen maar met morgen bezig omdat ze weten, na mijn land of vee ben ikzelf aan de beurt. Mensen in Oekraïne zien met angst en beven de dag van morgen tegemoet. Een ernstig zieke kijkt naar morgen in de hoop minder pijn te hebben of juist geheel verlost te zijn van alle ellende door het bezoek van de barmhartige dood.

Niet bezig zijn met de dag van morgen is een luxe die slechts voor een heel kleine groep wereldbewoners is weggelegd. Onder andere de mensen die profiteren van een van de eerste maatregelen van het nieuwe kabinet: de afschaffing van het bonusplafond. En het lijkt erop dat de boodschap van Jezus om er niet mee bezig te zijn juist tot deze groep gericht is. Het is de groep die zich niet voor het levensnoodzakelijke bezig hoeft te houden met de dag van morgen, maar voor het behouden, vermeerderen en beschermen van hun bezit, hun rijkdom, hun welvaart.

Bezit bezwaart, bezit geeft zorgen, je bezit voor jezelf willen houden of steeds maar willen vermeerderen, geeft nog meer zorgen. Voortdurend moet je alert zijn of er niet iemand is die het je wil ontnemen. Steeds opnieuw maar afwachten of morgen de beurskoersen niet in elkaar klappen. En wat gaat de rente morgen doen? Misschien toch maar een andere bank? En maar afwachten of je morgen het uitgeleende geld wel terug zult krijgen. Dit is natuurlijk zwart-wit neergezet, maar hier gaat de opmerking van Jezus wel over.

Alles wat je meer bezit dan noodzakelijk, geeft zorgen voor morgen. Dat zou in de geest het bijbels verhaal niet zo moeten zijn. Binnen die geest zou voldoende bezit je vrijheid in verantwoordelijkheid moeten geven. De vrijheid om van je overvloed te delen, de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de opbouw van een samenleving waarin steeds minder mensen zich, vanwege het tekort aan middelen van bestaan, zorgen over de dag van morgen hoeven te maken. Het gaat er niet om dat je geen fijn leven zou mogen hebben, dat je geen bezit zou mogen hebben. Het gaat enerzijds om de vraag wat je doet met de mogelijkheden die het bezit je geven, dus of je je verantwoordelijkheid wilt nemen voor het grotere geheel. En anderzijds gaat het om de vraag hoe afhankelijk je bent van je bezit. Waar vertrouw je jezelf aan toe in dit leven: aan je bezit of aan God-bevrijder.

5.
Die nieuwe wereld is mogelijk, maar niet zolang wij onszelf spiegelen aan de geslaagden in de ogen van deze wereld. Geslaagden in de zin van geld en macht en invloed, en denken dat dat de richting is die we op moeten gaan. Een nieuwe wereld is mogelijk door ons toe te vertrouwen aan God-bevrijder. Dat betekent dat je je aansluit bij de ingrijpende Thorawoorden over solidariteit, mensenrechten en menselijke waardigheid. Dat is niet de grote stroom, dat is niet het beeld van onze samenleving en dat is zeker niet de koers die onze wereld vaart. Dat is eerder een onderstroom, vaak onzichtbaar zelfs, maar die tegelijk onder alles wat zichtbaar fout gaat, de koers bepaalt naar een nieuwe toekomst.

Niets in deze wereld is ooit veranderd door de machtigen en de geslaagden. Altijd begon het in de marge, in de ondergrondse, bij de kunst, de literatuur, bij voor gek verklaarde eenlingen en uitgelachen kleine groepjes, die voorzagen en voorzien dat het anders moet en anders kan. Ze worden vaak weggezet als elitair, of door sommige politici weggehoond als ‘de elite’. Maar het zijn vaak vooroplopers, mensen en groepen die zeiden en zeggen: ‘en zo doen we het niet langer, het moet anders, beter, humaner’. Mensen die onbezorgd en vol vertrouwen in verzet komen tegen de mainstream en kiezen voor leven in vrijheid en verantwoordelijkheid.

Zoek het Koninkrijk en haar gerechtigheid en de rest word je geschonken. Dat is heilig vertrouwen in een nieuwe wereld die komen zal. Zoals de man die op de dag voordat hij voor het vuurpeloton moest komen in zijn celmuur kraste: ‘Gerechtigheid zal wederkeren’ (Henk van Randwijk – Celdroom).

Dat het zo moge zijn.