Serie: ‘Vrede is zijn eigen beloning’
Toespraak: Franck Ploum
Gelezen: Lukas 10,1-11 (en stukje uit Romeinen 12 – drempeltekst uit Romeinen 16)
1.
‘Men kan het experiment met de atoombom niet meer laten,
omdat men het experiment van de liefde
te onzaliger ure “onrealistisch” is gaan noemen’.
Deze woorden schreef Hannes de Graaf in zijn boek over de Bergrede uit 1957, midden in de koude oorlog. Het is een treffende analyse, die tot op de dag van vandaag actueel is. Wanneer we de oorlogsretoriek om ons heen horen en we dag na dag ontdekken hoe we in de armen van de wapenindustrie worden gedreven, dan lijkt het alsof de gedachte dat er wellicht ook andere oplossingen te bedenken zijn, andere wegen te verkennen zijn, is verdampt. Bewapening wordt ons voorgehouden als enig mogelijke route. En die route wordt in de verkiezingsprogramma’s van veel partijen, die het CPB heeft doorberekend, gefinancierd door flink te snoeien in sociale zekerheid en gezondheidszorg.
Het experiment van de liefde lijkt begraven. Bijbels gesproken is liefde een experiment dat verbonden is met solidariteit, met liefde voor je naaste die een mens is als jij, met het bestaansrecht van de mens naast me en met een diep verlangen naar deze wereld nieuw: een wereld in vrede! En dat laatste klinkt in onze dagen dan misschien wel heel experimenteel of exotisch. Op een voorzichtig beginnetje in Gaza na is er weinig om ons heen die zo’n wereld lijkt te vertegenwoordigen. Of zijn ook wij verblind door wat gangbaar is? Zijn ook wij verblind en het zicht kwijtgeraakt op wat er aan ‘oogst’ te vinden is aangaande die nieuwe wereld?
2.
Jezus heeft zijn tocht naar Jeruzalem ingezet. Maar hij is er nog lang niet, er is nog een lange weg te gaan. Het vredesvisioen dat Jezus voor ogen staat is nog te klein, nog te pril, er moeten nog mensen verzameld worden die er mee aan de slag gaan. Alle evangelisten vertellen het verhaal van de zending van de twaalf leerlingen. Alleen Lukas vertelt het verhaal van de tweeënzeventig, of in sommige manuscripten zeventig. Zoals twaalf een symbolisch getal is dat verwijst naar de stammen van Israël, zo verwijst tweeënzeventig of zeventig, naar heel de wereldgemeenschap. Lukas wil niet alleen dat Israël op weg gaat om het op handen zijnde koninkrijk te verkondigen, nee de hele mensengemeenschap, wereldwijd, moet meegaan in die bevrijdingsbeweging. Het is een universele boodschap: deze wereld nieuw, vrede aan alle huizen wereldwijd.
Ze worden op pad gestuurd om als het ware kwartier te gaan maken. ‘Hij zond ze uit naar alle steden en plaatsen waar hij zelf zou komen’, zegt het verhaal. Het lijkt erop alsof Lukas al een voorschot neemt op het tweede deel van zijn boek, het verhaal over de eerste gemeenschappen, het boek dat wij Handelingen noemen. Twee aan twee worden mensen op pad gestuurd om ‘de oogst binnen te halen’. En die oogst die ligt niet voor het oprapen, die is nog verborgen. Je hebt als het ware een codewoord nodig om de oogst te vinden te midden van alles wat er ook is.
Misschien herkennen we dat wel. Dat we soms goed moeten zoeken in deze chaoswereld en in de veelheid van schreeuwers en meningen, om te zien waar nog iets goeds gedaan wordt, waar mensen niet tegenover elkaar staan en mensen opkomen voor elkaar, in plaats van elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Wat we zien zijn mensen die tweedracht zaaien, die het recht met voeten treden en de vrede op het spel zetten. Mensen die bezig zijn met hun eigen zaak en eigen buik, zoals Paulus zegt. Het gehuil van de wolven overschreeuwt en overschaduwt niet zelden alle zachtmoedigheid, al het goede dat ook wordt gedaan, alle vrede die wordt bewaard en gevoed in het klein en in het groot.
Bij de profeten Ezechiël en Sefaja worden de leiders van het volk en de rechters vergeleken met vraatzuchtige wolven. Dat gevoel kun je in onze tijd ook hebben. Dat je je soms afvraagt: voor wie zitten die politici daar eigenlijk? Wie vertegenwoordigen ze? In ons eigen land veelal toch vooral voor de eigen achterban. Uit onderzoek naar de vraag waarom de PVV nog op zoveel steun kan rekenen, ondanks hun rol in de bestuurscrisis van de afgelopen jaren, blijkt dat meer dan 80% van de PVV-stemmers het niet belangrijk vindt dat de partij bijdraagt aan de bestuurbaarheid van het land, maar wel dat Wilders zegt wat zij vinden. Precies dat zie je weerspiegelt in de politici die namens hen in de Tweede Kamer zitten: ze zijn er voor zichzelf en hun achterban.
Voor wie staan politici en leiders nu eigenlijk? In ander landen niet zelden alleen voor zichzelf en hun eigen kring van vriendjes en familie. Trumps belastingverlaging voor zijn allerrijkste vriendjes is gefinancierd door te korten op zorgkosten, waardoor 17,5 miljoen Amerikanen nu geen zorgverzekering meer hebben voor de meest basale zorg.
3.
In het verhaal zegt Jezus dat het van belang is op zoek te gaan naar de kleine cellen van goedheid, de mensen die in hun leven en in de omgang met elkaar teken van vrede willen zijn. Dat is dan ook het codewoord: vrede aan dit huis. En je zult snel genoeg merken of dat codewoord pakt, resoneert en je een mens van vrede hebt gevonden.
Twee dingen vallen op: dat je niets mee mag nemen en dat je onderweg niemand mag groeten. Nu is groeten in Oosterse culturen iets anders dan bij ons. Een knikje, een goedendag en we lopen door. Hooguit nog een formeel, ‘hoe gaat het?’ maar we zitten dan zeker niet te wachten op een werkelijk antwoord op deze vraag. In oosterse culturen is iemand groeten echter daadwerkelijk gaan zitten, de laatste nieuwtjes uitwisselen, debatteren over de actualiteit, soms zelfs samen eten. Dat ‘groeten’ zegt Jezus, bewaar dat voor de huizen in de steden die je binnen mag gaan, omdat jouw ‘vrede aan dit huis’ positief beantwoord wordt.
En dan de opdracht om niets mee te nemen. Geen enkel bezit mag tussen jou en de ander staan. Je mag alleen jezelf meenemen, alleen jezelf presenteren aan de ander. In alle kwetsbaarheid.
Ik moest denken aan Franciscus van Assisi die een levensweg koos van volstrekte bezitloosheid. Toen bisschop Guido aan hem vroeg of dat niet een beetje al te heftig was, antwoordde hij: ‘als we ook maar een paar bezittingen zouden hebben, zouden we ook wapens nodig hebben om ze te beschermen. Want bezittingen zijn een voortdurende bron van geschillen en twisten, en gewoonlijk komt hierdoor de liefde tot God en de medemens in het gedrang. Juist daarom willen we in deze wereld geen enkel aards bezit hebben.’
Als bezit belangrijk wordt, en dat is het voor veel mensen, dan verdeelt bezit mensen. Bezit gaat tussen mensen in staan, bezit voedt de honger naar meer bezit en voor je het weet ben je alleen nog maar bezig met het verdedigen van je bezit. Voor je het weet bezit je iets dat een ander toebehoort en ben je de oorzaak van de armoede van je medemens. Voor het je het weet ben je de bron van een nieuw conflict.
Voor Franciscus betekende armoede bevrijding. Let wel: gekozen armoede! Niet opgelegde armoede. Voor Franciscus vloeide leven in armoede voort uit zijn dorst naar vrede. In het verhaal lijkt Jezus die verbinding ook te leggen: wie op pad gaat met een vredeswens, gaat alleen met zichzelf. Alleen kun je niet in de verleiding komen om mee te bewegen met de wolven, met de boodschap van een wereld in de ban van macht en bezit. Alleen zo kun je ervoor zorgen dat je je niet laat overwinnen door het kwade, maar overwin je het kwade door het goede, zoals Paulus zegt.
4.
‘Vrede aan dit huis’ en als je binnengelaten wordt, eet wat je wordt voorgezet. En laat weten: het koninkrijk van God is vlakbij. Dat koninkrijk, die nieuwe wereld is overigens niet alleen vlakbij voor de mensen van vrede. Vlakbij is ze ook voor hen die de leerlingen niet ontvangen. Of je nu meedoet of niet: die nieuwe wereld gaat er komen. Sterker nog, die nieuwe wereld is er al, omdat er in alles wat er fout gaat, in alle hebzucht en bezitsdrang, in alle oorlog en geschreeuw, er toch ook mensen zijn die daar niet in meegaan, die andere keuzes maken, die de vrede koesteren en voorleven. Omdat zíj́ er zijn, is de nieuwe wereld al vlakbij. Dat is bemoedigend, dat is waar we ons aan vast kunnen houden, wanneer ons de moed in de schoenen zakt of wanneer wij nog maar moeilijk de vredesoogst kunnen vinden in alle chaos. Het is er wel, het is al begonnen, of we willen of niet.
Dichter Ingmar Heytze zegt vandaag (19 oktober 2025) in het programma De verwondering: ‘we zijn niet alleen van stof, ieder mens is ook van licht. We zijn immers ineens in staat om iets goeds te doen, om compassie te hebben, of een streep te trekken en te zeggen: “tot hier en niet verder”. Allemaal dingen die je niet kunt bezitten als je alleen van stof bent. Er zit in ieder van ons iets dat lichter is dan dat. En dat moeten we opzoeken. Alle problemen in de wereld bestaan omdat te weinig mensen dat licht opzoeken, omdat te veel mensen verslaafd zijn aan het donker. En het ongeluk. Dat is namelijk bekend en vertrouwd en dat kun je elke dag opzoeken. Het licht, het goede is breekbaar.’
De nieuwe wereld is er al, maar de snelheid waarmee het baan breekt, die is wel afhankelijk van de hoeveelheid mensen die de duisternis verlaten en die het licht in zichzelf opzoeken, het goede nastreven en die in vrede leven met andere mensen (Rom. 12). Zou dat de reden zijn dat Jezus in het verhaal maar liefst tweeënzeventig mensen vooruit stuurt naar alle plaatsen waar hij komt? Om alvast een begin te maken, ruimte te maken voor deze hoopvolle boodschap? Of is dat nu juist waar het om gaat in de messiaanse gemeente? Dat het niet afhangt van één persoon. Dat er niet iemand is die het allemaal voor ons oplost en opknapt. Maar dat er iemand is die in ieder van ons de waakvlam aanwakkert tot een oplaaiend vuur, waardoor we zelf en met elkaar die nieuwe wereld realiseren.
Is dat een boodschap die we realistisch durven noemen en waar we ons aan vast kunnen houden? Of leveren we ons liever uit aan de chaos en de wapens waaraan de wereld ten onder gaat? Ik hoop het eerste. Maar hoe dan ook: de nieuwe wereld is nabij, of je nu wilt of niet.
Zeg Amen. Dat het zo moge zijn.
