Vieringen van verlangen
Gelezen Psalm 112 en Lukas 9,1-17 (plus slotregels uit Desiderata)
Toespraak Franck Ploum
1.
Desiderata, dat is latijn voor ‘gewenste dingen’. Dat wat je zou willen dat gedaan wordt, dat gebeurt. Daarin klinkt verlangen naar een wenselijke situatie. Wellicht een situatie die er op dat moment niet is. De Duits-Amerikaanse dichter Max Ehrman schreef het gedicht in 1927. Maar het werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven. Pas drie jaar na zijn dood, in 1948, bracht zijn vrouw het in de publiciteit. Vervolgens werd het heel lang niet aan hem toegeschreven. In 1956 publiceerde een predikant het gedicht zonder naamsvermelding en alleen de naam van zijn kerk en het bouwjaar van de kerk. Vanaf dat moment werd het een gedicht van een 17e eeuwse onbekende monnik.
Een tekst die gaat zwerven, die zijn eigen gang gaat en op haar eigen manier mensen inspireert. Een tekst die zich heeft losgemaakt van haar schrijver en daarmee ook niet langer een particuliere gedachte verwoord, maar iets universeels krijgt. En dat geldt zeker voor de woorden in dit gedicht: het is de uiting vaneen universeel verlangen naar vrede, naar verstilling, naar een andere wereld dan de chaos, het luidruchtige en de verwarring die we kennen en ervaren.
Een tekst die ons oproept ons niet te verliezen in wat zich aan ons opdringt, maar vast te houden aan wat er ook is: schoonheid, verwondering, natuurpracht.
En er zijn ook mensen, die temidden van die duistere wereld, licht zijn,
die omringd door wreedheid en zelfzuchtigheid, breken en delen,
die overrompeld door kwaad en woester kwaad, de doem doorbreken.
Zo hoorden we in psalm 112.
Zowel het gedicht als psalm 112 nodigen ons uit. Ze leggen ons vragen voor: wat wil je zien, waardoor wil je je laten bepalen en ook: aan welke kant sta je? Wie of wat vertegenwoordig jij in deze wereld?
2.
Literatuur, poëzie, en ook bijbelverhalen, die in eerste instantie ook literatuur zijn of in elk geval als literatuur gelezen kunnen worden, tillen ons boven de werkelijkheid uit. Niet om te ontkennen of te ontvluchten wat er gebeurt aan verschrikkelijks, aan onrecht, aan hoogmoedswaanzin, maar om er juist middenin te blijven, maar weerbaar en strijdbaar.
Er worden woorden gesproken die werken ten goede, die je hart versterken en je geweten scherpen (Psalm 112). Woorden die je vasthouden of terugbrengen bij wat waar is, bij schoonheid en bij wat werkelijk vrijheid biedt.
Ik weet niet of u het interview hebt gezien of gehoord, van de Economist met Elon Musk? Het gat rond op de sociale media oa. Wanneer je daaraan luistert dan hoor je een man die droomt van een wereld waarin waarheid, schoonheid en vrijheid zijn ingeruild voor stabiliteit, comfort en geluk. Het is een onmenselijke wereld die hij voor ogen heeft: een wereld zonder tranen, waarin al het menselijke is overwonnen. Niet de oude verhalen, niet de poëzie en de literatuur, geven richting, maar AI is de nieuwe almachtige God die alles en iedereen beheersen zal. Tegen die ontwikkeling is volgens de allerrijkste man ter wereld niets meer te doen.
Hij bedoelt natuurlijk: ik ben niet bereidt er iets tegen te doen. Hij heeft immers met een paar miljardairsvriendjes de macht over de AI-technologie in handen. Hij zou er iets tegen kunnen doen. Maar hij neemt geen verantwoordelijkheid en doet alsof hij machteloos staat.
3.
De verhalen van vandaag roepen ons wel op om verantwoordelijkheid te nemen. Om ervoor te zorgen dat we geen kwaadwillige mensen worden, maar woorden zoeken en volbrengen die dwars tegen het adagium van deze wereld onder leiding van de Trumps, de Musks, de Poetins en Netanyahu’s. We worden opgeroepen om de demonen van onze tijd te lijf te gaan: de hebzucht en oorlogsretoriek, het eigen belang en eigen volk eerst, het wegkijken van de genocide in Gaza en stemmen op partijen die terug willen naar een blank Nederland. De demonen van deze tijd tegemoet treden in deze wereld, maar wellicht ook in onszelf. Want wij zijn deze wereld, wij zijn er onlosmakelijk mee verbonden.
En ook wij moeten steeds alert zijn dat we niet meegaan in die retoriek, in die verdeeldheid, maar dat we bij onszelf blijven, bij wie we ten diepste zijn: mensen van God, welke God? Die afgedaalde, die het lijden zag en het huilen wel wilde horen, die mensen op pad stuurt om te bevrijden. Op pad stuurt om de zieken, de slachtoffers van de wereldwanorde en haar leiders te genezen. Het is die stem, dat woord waarmee we in het leven mogen staan. Het zijn woorden die mensen niet uit elkaar drijven of zelfs tegenover elkaar plaatsen, maar die relatie mogelijk maken, menselijk contact, het is genezend omdat het uitnodigt tot gesprek, tot vriendschap en gastvrijheid.
Misschien dat Lukas daarom ook dat verhaal van de brooddeling direct laat volgen op het de terugkeer van de uitgezonden leerlingen. Omdat de beide verhalen achter elkaar de wisselwerking laat zien: het spreken over een nieuwe wereld en een nieuwe wereld in de praktijk brengen. In huis ontvangen gastvrij ontvangen worden en gastvrijheid geven aan de menigte. Bij een ander aan tafel mogen (want dat is in het Oosten een huis binnengaan) en aan tafel uitnodigen.
Maar de schrijver van het Lukasevangelie toont zich hier ook een echte Jood. ‘De gezondenen keerden terug.’ (Lukas 9,10). Terugkeer en maaltijd. In de joodse traditie horen deze twee onlosmakelijk bij elkaar. Er gaat geen maaltijd voorbij of de uittocht uit Egypte, de terugkeer van de ballingen, wordt in herinnering geroepen en er wordt dankgezegd dat Adonai niet alleen met hen meeging, maar hen ook van voldoende voedsel voorzag.
4.
Maar tussen die twee momenten, midden tussen terugkeer en maaltijd staat ineens de wereld waarin we leven. Herodes viervorst, is in dit geval de vertegenwoordiger van die wereld. Hij raakt van alles wat er gebeurt in opperste verwarring. Niets is bedreigender voor de zittende macht dan een tegenbeweging. Vooral een tegenbeweging onder het volk. Een andere politieke partij, dei kan bestreden worden, politieke oppositie, die kunnen gevangengezet worden voordat er verkiezingen komen. Maar een opstandig volk, dat is een werkelijke bedreiging.
Wat als we vandaag zouden besluiten te gaan leven zonder sociale media? Wat als we onszelf allemaal zouden aanmelden als vrijwilliger bijeen ACZ of beter nog: iemand in ons eigen huis onderdak zouden geven? Wat als we… de macht over welke koers er in de wereld gevaren wordt, ligt uiteindelijk in handen van mensen. Mensen die keuzes maken, die woorden kiezen ten goede of ten kwade.
5.
Voor Lukas zijn ‘terugkeer en maaltijd’ óók de belangrijkste elementen van de messiaanse gemeenschap. Niet voor niets heeft hij als enige evangelist het verhaal van de Emmaüsgangers opgenomen in zijn boek. Dat zij hem herkenden bij het breken van het brood (Lk 24,30) is de sleutel van dit hele verhaal. Daar waar mensen eensgezind en verbonden met Messias Jezus breken en delen, daar ‘vatten allen goede moed’ om het met de woorden van Paulus te zeggen.
‘Geven jullie hen maar te eten’, is de opdracht die de schrijver Jezus aan zijn leerlingen laat geven. Daarmee geeft hij aan dat hij zijn traditie goed kent. Ooit kwam een man bij Elisa, die gezien werd als een man Gods, en bood hem twintig eerstelingen broden en een zak verse gerst aan. Elisa geeft opdracht dit brood aan het volk te geven, waarop een opzichter zegt: ‘Hoe kan ik dit aan honderd man geven?’ Maar Elisa staat erop en zo staat er vervolgens ‘Zij aten en hielden over’ (2Koningen 4).
Zo gaat het in het verhaal van de broden en vissen ook. Nadat de leerlingen de menigten verdeeld hadden in groepen van ongeveer vijftig, zoals Mozes de strijdbare mannen tijdens de uittocht verdeelde in groepen, gaven ze hen te eten en ze hielden over.
De opdracht ‘geven jullie hen maar te eten’ krijgt na de dood van Jezus zijn ware betekenis: de messiaanse gemeenschap moet het bevrijdingsverhaal verder vertellen en in praktijk brengen, als brood en vis voor menigten mensen die wachten op een bevrijdend woord, een geopende deur, een herstellende en helende hand.Durven wij dat te doen, na te streven? Het zijn in elk geval behartenswaardige woorden, die ons hart willen versterken en die ons helpen, op z’n minst de vrede in onze eigen ziel te bewaren.
Dat het zo moge zijn
